Mentale weerbaarheid

Als mijn vader niet was overleden toen ik bijna 12 jaar oud was, dan zou ik never nooit een topgolfer zijn geworden“, aldus de Australiër Jason Day in de inspirerende documentaire Never Say Die.

Op driejarige leeftijd kreeg Jason van zijn vader Alvin Day een op een vuilnisbelt gevonden, roestige en ingekorte 3-wood club waarmee hij zijn eerste swings maakte. Toen zijn vader hem zo bezig zag zei hij tegen zijn Filipijnse echtgenoot Dening Day: “This guy is gonna be a champion one day“. Hij nam Jason vervolgens mee naar de golfbaan waar hij op 8-jarige leeftijd zijn eerste jeugdwedstrijd won. De rol van zijn vader, die een alcoholprobleem had, was, op z’n zachtst gezegd niet eenduidig positief. Hij schuwde fysiek geweld niet wanneer z’n zoon niet aan zijn verwachtingen voldeed. Jason zei daar later over: “I loved playing golf more than I hated the punishment.”

Alles werd anders toen zijn vader aan maagkanker overleed. Jason raakte kortstondig de weg kwijt; hij verviel in passiviteit en onverschilligheid, en kwam in aanraking met alcohol en geweld. Moeder Dening kon niet aanzien dat haar zoon z’n golftalent aan het verspillen was en nam, na overleg met haar dochters Yanna en Kim, de beslissing van haar leven. Ze schraapte het geld bij elkaar dat nodig was om haar 12-jarige zoon naar Kooralbyn te sturen, een International Golf Academy in Queensland, 800 kilometer verwijderd van hun woonplaats. Een klein jaar na het overlijden van z’n vader, ontmoette Jason daar Colin Swatton, een golf coach en trainer die achteraf een “life changer” bleek te zijn. Door het vertrouwen en de steun die Jason van zijn “tweede vader” kreeg, vond hij zijn intrinsieke drive terug om zich vol overgave te storten op het verder ontwikkelen van zijn unieke golftalent. Ook belangrijk daarbij was de extrinsieke drijfveer om zijn moeder (en zussen), die zich voor hem in de schulden had gestoken, niet teleur te stellen.

Zijn tomeloze inzet werd uiteindelijk beloond met aansprekende resultaten. Net als zijn grote voorbeeld en held Tiger Woods werd Jason Day de beste golfer van de wereld. Op 20 september 2015 bereikte hij de eerste plaats op de Official World Golf Ranking. Dit dankte hij onder meer aan zijn matchplay kampioenschap in 2014 (wat hij herhaalde in 2016) en zijn PGA Championship in 2015, dat hij won met een record van 20 slagen onder par. Kort daarvoor, in 2013, had Typhoon Haiyan meer dan 6000 Filipijnse dodelijke slachtoffers gemaakt, waaronder Jason’s oma en zeven andere familieleden.

Is het ervaren van ernstige tegenslag, tragedies, of ontsporingen noodzakelijk om uiteindelijk een groot kampioen te worden? Is Justin Day een uitzondering? Of hebben ook andere kampioenen soortgelijke ervaringen?

Onderzoek onder olympisch kampioenen suggereert dat het verhaal van Justin Day geen uitzondering is. De meeste kampioenen blijken namelijk ervaringen te hebben met ingrijpende gebeurtenissen zoals de scheiding van hun ouders, ernstige ziekten, of loopbaanbedreigende blessures. Net als Jason Day geloofden de meesten dat ze zonder deze ervaringen waarschijnlijk nooit olympisch kampioen waren geworden. Zij waren ervan overtuigd dat de ingrijpende gebeurtenissen onvermoede hulpbronnen en krachten hebben geopenbaard die hen hebben geholpen, en nog altijd helpen, om te gaan met nieuwe tegenslagen en frustraties. En dat is nodig omdat atleten daar in hun loopbaan onvermijdelijk mee te maken krijgen. De meeste tegenslagen zijn gerelateerd aan de sport, zoals verlies en slecht presteren, blessures en vormverlies, en prestatiedruk en rivaliteit. Daarnaast kunnen atleten te maken krijgen met school- en werkgerelateerde problemen, interpersoonlijke problemen met familie en vrienden, scheiding van ouders, en ernstige ziekten en overlijden van intimi. Deze gebeurtenissen gaan vaak gepaard met spanning, angst, onzekerheid, en frustratie. Alleen degenen met de mentale vaardigheden om hier effectief mee om gaan, zullen uiteindelijk succesvol zijn.

Dit geldt overigens niet alleen voor atleten. Ook mensen die het ver hebben geschopt in, bijvoorbeeld, de wetenschap, kunst of politiek, hebben soortgelijke ervaringen. Een bekend voorbeeld is Barack Obama, de voormalige president van de Verenigde Staten. Zijn ouders scheidden toen hij twee jaar oud was. In 2008 zei hij daarover:

“… my strength actually comes, in my case, from the absence of a father. At some level I had to raise myself. . . . if I think about how I have been able to navigate some pretty tricky situations in my life, it has to do with the fact that I had to learn to trust my own judgment; I had to learn to fight for what I wanted. I actually think that maybe having an absent father meant also that . . . you have to grow up faster . . . that maybe carries over into how you approach the world generally, that you need to take responsibility and make sure that you’re able to solve problems and step into the breach because there’s nobody other than you who’s going to solve them.”

Het omgaan met tegenslag versterkt de mentale weerbaarheid, in het Engels aangeduid als “Mental Toughness”. Mentaal weerbare personen hebben veel zelfvertrouwen, ook wanneer het even tegen zit. Daarbij zijn ze strijdvaardig, bevlogen, en oplossingsgericht, en in staat om ook onder hoge druk hun aandacht bij de taak te houden. Mentale weerbaarheid wordt gezien als een deels aangeboren, deels aangeleerde vaardigheid. Daarbij kan mentale weerbaarheid situatie-specifiek zijn (alleen in sport, of school, of werk), of meer kenmerkend voor de persoon over diverse situaties heen. Mentale weerbaarheid kan ook fluctueren: soms ben je het wel, en soms niet. Iedereen kan een slechte dag hebben.

Onderzoek onder atleten, waaronder olympisch kampioenen, suggereert dat de ontwikkeling van mentale weerbaarheid een lange termijn proces is gebaseerd op eigen  ervaringen met het omgaan met tegenslagen. De implicatie voor talentontwikkeling is derhalve dat het pamperen van talenten geen goed idee is. Immers, een comfortabele route naar de top bestaat niet.

Hoe kan de mentale weerbaarheid worden versterkt?

Dit kan ten eerste door in een training of oefenwedstrijd atleten uit hun comfort-zone of evenwicht te halen, bijvoorbeeld via:

  • Oneerlijke arbitrage, zoals een bal uitgeven die in was, een doelpunt onterecht afkeuren.
  • Afleidingen, bijvoorbeeld geluid maken tijdens een service of swing, irritante dingen roepen, duwen en trekken.
  • Concentratie-oefeningen bij (extreme) vermoeidheid (aan het eind van de training), zoals strafschoppen of vrije worpen nemen.

Ten tweede helpt het als talenten de vrijheid krijgen om zelf-veroorzaakte of door ongelukkige omstandigheden ontstane problemen naar eigen inzicht op te lossen. De (sociale) vaardigheden en mentale weerbaarheid die zodoende wordt opgebouwd, kunnen vervolgens met (nog) meer zelfvertrouwen worden ingezet bij nieuwe tegenslagen.

Tegelijkertijd is er een cruciale rol weggelegd voor begeleiders, zoals ouders, leerkrachten en trainers. In het geval van Jason Day waren dit zijn moeder en coach, mentor, en caddie Colin Swatton. Zij moeten er op toezien dat er geen structurele schade wordt aangericht, of dat patronen van onzekerheid en aangeleerde hulpeloosheid ontstaan. Ook is het belangrijk dat zij met atleten reflecteren over hoe zij specifieke problemen hebben opgelost en hoe effectief dat was. Zou het beter kunnen? Hoe? Wanneer? Waarom?

Net als ieder leerproces is de individuele benadering belangrijk: werkt het voor deze persoon, op dit moment, onder deze omstandigheden, en voor hoe lang? Dat is in dit geval soms hard, moeilijk en pijnlijk, voor zowel de atleet als zijn of haar omgeving. Maar als je goed wilt worden, of talenten goed wilt opleiden, dan moet je er wat voor over hebben. Zoals Jason’s vader altijd zei: Never Say Die.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd op SportKnowHowXL

Verder lezen?

A grounded theory of psychological resilience in Olympic champions – Fletcher & Sarkar (2012)

The rocky road to the top: Why talent needs trauma – Collins & MacNamara (2012)