Excuses

 

Sporters zijn net wetenschappers. Ook sporters zoeken naar verklaringen voor gebeurtenissen. Waarom heb ik verloren? Wat is er misgegaan? Waarom ging het zo goed? Had ik dit kunnen voorkomen? Hoe kan ik dit vasthouden? Dit mentale proces, het construeren van verklaringen voor gebeurtenissen, wordt attributie genoemd. Een attributie is over het algemeen geen objectieve weergave van de werkelijkheid. We geloven bijvoorbeeld vaak oprecht dat onze slechte prestaties te wijten zijn aan factoren die buiten onze invloedsfeer liggen (slechte omstandigheden, vijandig publiek, pech, waardeloze scheidsrechter, etc.). Legendarisch voorbeeld is het excuus van schaatser Hilbert van der Duim voor zijn val op de 10 km in Deventer op 25 januari 1981, waardoor hij de Europese titel verspilde. Zijn lachwekkende verklaring was: vogelpoep op het ijs.

Onlangs verklaarde Manchester United-manager José Mourinho de matige prestaties van zijn ploeg in de Premier League door externe factoren als het volle speelprogramma en de vele blessures van zijn spelers, en niet bijvoorbeeld door interne factoren als de gekozen speelstijl, de manier van trainen, of gebrek aan teamspirit. De opgevoerde externe factoren kunnen onjuiste attributies of excuses zijn, maar niet noodzakelijkerwijs. Immers, soms heeft een sporter of team ècht ontzettend veel pech gehad, of was er daadwerkelijk sprake van een scheidsrechterlijke dwaling. Dat Max Verstappen na 13 seconden de strijd moest staken door een touché met de Ferrrari van Kimi Räikkönen in de Grand Prix van Spanje 2017, was bijvoorbeeld “gewoon pech”, maar helemaal objectief vast te stellen is het vrijwel nooit.

Excuses worden in het algemeen niet goed ontvangen door de buitenwereld (pers, publiek, supporters). Dat is onder meer het gevolg van systematische denkfouten. Zo schrijven we ons eigen falen vaker toe aan externe factoren dan andermans falen. Als een ander verliest of slecht presteert, dan vinden we excuses vaak ongeloofwaardig, ook al laten we dat beleefdheidshalve meestal niet merken. We vinden de ander bijvoorbeeld een loser, een verwaande eikel, of een over het paard getilde vedette. Zo neigen toeschouwers dus ook over falende sporters te oordelen. De denkfout is dat we over onszelf minder vaak in deze termen denken, ook niet als we het fors hebben laten afweten. Dan zoeken we – net als Mourinho – vooral naar externe oorzaken. De reden is voor de hand liggend: zelfbescherming. Als je jezelf kunt overtuigen dat je zelf niet de oorzaak bent van het probleem, dan blijven eigenwaarde en zelfvertrouwen in stand. Nadeel is echter dat als je ècht gelooft dat je er zelf niets aan kunt doen, je geen handvatten hebt om herhaling te voorkomen. In voetbaltermen: je zet jezelf buitenspel.

Als we daarentegen succes hebben, dat zetten we onszelf allesbehalve buitenspel. Successen schrijven we maar al te graag op ons eigen conto: ik heb er hard voor gewerkt, het geluk heb ik afgedwongen, ik was gewoon beter, ik heb de juiste tactische keuzes gemaakt, etc. Dat geeft ons een goed gevoel, het maakt ons trots, blij en tevreden, en geeft ons zelfvertrouwen. En dat kan vervolgens weer leiden tot nieuwe successen, mits de verklaringen enigszins realistisch zijn, anders leidt het alleen maar tot zelfoverschatting. Ook bij het verklaren van succes spelen systematische denkfouten een rol. Als anderen namelijk successen boeken, dan denken we veel vaker aan mazzel dan bij onze eigen successen. Zo klaagde Feyenoord voetballer Eijero Elia na een gelijkspel tegen Ajax: “Het lijkt wel sinds ik hier ben dat Ajax elke keer geluk heeft in De Kuip. Nu speel je ze bijna negentig minuten helemaal weg, maar scoren zij de 0-1.”

Voor ambitieuze sporters is deze zelfverheffende manier van denken niet altijd even handig. Immers, als je beter wilt worden, wilt winnen, en niet wilt verliezen, dan heb je graag controle over jezelf en de situatie. Vanuit dat oogpunt kun je dus beter eerlijk zoeken naar verklaringen voor succes en falen waar je verder mee kunt. Ook als je succes hebt, dan zijn er altijd dingen die nog beter kunnen. En als je slecht hebt gepresteerd, dan kun je al dan niet terecht vinden dat het speelprogramma, je tegenstander of de scheidsrechter hiervoor verantwoordelijk is. Echter, het is effectiever om je vooral te richten op factoren waarop je wèl invloed hebt, ook al beschouw je dat niet als de belangrijkste oorzaken. Heb je bijvoorbeeld technische foutjes gemaakt, hadden strategische keuzes beter gekund, of waren je inzet en concentratie op alle belangrijke momenten niet optimaal? Dan genereer je concrete aanknopingspunten waaraan je kunt werken om (nog) beter te worden.

Opgemerkt moet worden dat wat sporters (in de media) zeggen niet altijd overeen komt met wat zij daadwerkelijk denken. De meeste topsporters zoeken wel degelijk de fout bij zichzelf, maar willen dat niet kenbaar maken om te voorkomen dat ze hun kwetsbaarheden in het openbaar moeten gaan bespreken en toelichten. Een sociaal wenselijke dooddoener is in zo’n geval een uitkomst. Zo zei Feyenoord voetballer Karim El Ahmadi na de pijnlijke 3-0 nederlaag van Feyenoord in de kampioenswedstrijd tegen Excelsior: “Excelsior was gewoon beter vandaag.” Een week later, op 14 mei 2017, de dag dat de verwoesting van Rotterdam in 1940 werd herdacht, haalde Feyenoord alsnog het landskampioenschap binnen. Volgens trainer Giovanni van Bronckhorst was Feyenoord op die dag weer gewoon de club van “… geen woorden, maar daden”, en verklaarde daarmee de succesvolle daden met woorden.

 

Verder lezen?

The Attribution Approach to Emotion and Motivation: History, Hypotheses, Home Runs, Headaches/Heartaches – Bernard Weiner (2014)

 

Video: Cognitive Biases – The self-serving bias – YouTube

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.