Kampioen worden

In 2015 werd Dafne Schippers in Beijing wereldkampioen op haar sterkste afstand: de 200 meter. Ze won in een persoonlijk beste tijd van 21,63, nipt voor de Jamaicaanse atlete Elaine Thompson (21.66). Een topprestatie; alleen de Amerikaanse atletes Florence Griffith-Joyner (21,34) en Marion Jones (21,62) liepen ooit sneller op deze afstand.

De logische vervolgstap was het streven naar het olympische kampioenschap 200 meter in Rio de Janeiro 2016. Dafne werd uiteindelijk tweede, met een tijd van 21,88 seconden. Dit keer won Thompson (21,78), voor het eerst na vijf eerdere onderlinge ontmoetingen over 200 meter. De teleurstelling was groot; Dafne was maar voor één ding naar Rio gekomen, en dat was goud op de 200 meter. Haar eerste reactie direct na de race was begrijpelijk. Ze trok haar spikes uit en smeet die zwaar gefrustreerd op de fraai aangelegde Mondo kunststofbaan.

Het nastreven van doelen is een mentale vaardigheid die kan helpen om het maximale uit je mogelijkheden te halen. Maar zijn doelen altijd effectief? Net als Dafne hoor je atleten vaak zeggen: “Mijn doel is om Europees/Wereld/Olympisch kampioen te worden”. Natuurlijk, topatleten moeten de ijzeren wil hebben om de allerbeste te worden of te blijven. Maar zo’n resultaatdoel is beter te typeren als een droom die je hoopt waar te maken. Het zegt niets over wat je moet doen of laten om het gewenste resultaat te realiseren.

De droom om kampioen te worden is een onmisbare bron van energie en inspiratie, maar daaraan moet vervolgens wel invulling en richting worden gegeven. Succesvolle atleten vragen zich af wat ze zelf kunnen doen, of moeten laten, op korte en langere termijn, om hun droom te realiseren. Zij vertalen hun dromen in specifieke, meetbare, aanvaardbare, realistische, en tijdgebonden (SMART) procesdoelen die door eigen inspanningen zijn te realiseren. Met haar coach Bart Bennema zal Dafne hebben geanalyseerd wat goed ging tijdens haar beste race op het WK van 2015, en waar nog ruimte voor verbetering lag. Verondersteld kan worden dat ze op basis daarvan concrete doelen hebben geformuleerd die betrekking hadden op – bijvoorbeeld – de fysieke en mentale voorbereiding, de warming-up, de start, de eerste paar meters, ontspanning en gevoel tijdens het lopen, het vasthouden van de snelheid, en de finish. Dus allemaal factoren die doelgericht trainen mogelijk maken, motiverend zijn, relevante feedback opleveren, en uiteindelijk medebepalend zijn voor het uitkomen van haar droom.

De kunst van het presteren is om ook tijdens de wedstrijd het gewenste eindresultaat in het achterhoofd, of liefst nog verder weg, te parkeren. Dat wil zeggen, zonder besef van verleden en toekomst je volledig kunnen richten op datgene wat je OP DAT MOMENT moet doen om je droom te realiseren.

Waarom was Dafne zo teleurgesteld na haar 200 meter race in Rio? Omdat ze geen goud had gehaald? Wellicht, haar droom spatte uiteen.

Toch vermoed ik dat haar frustratie voornamelijk werd gevoed door haar suboptimale eindtijd. Een lichte blessure leek geen rol meer te spelen, en de omstandigheden (loting van de baan, weersomstandigheden, sfeer in het stadion, etc.) waren nagenoeg perfect. Desondanks bleef ze maar liefst 0,25 seconden verwijderd van haar persoonlijke record. Heeft ze zich op het moment suprême toch teveel laten afleiden door het gedroomde resultaat: een olympische titel? Wilde ze te graag?

Mogelijk zat haar droom haar inderdaad wat in de weg. Het lijkt er in ieder geval niet op dat ‘s werelds beste 200 meter loopster de olympische race verloren heeft door factoren waarover ze geen controle had (zoals een betere tegenstandster of ongunstige omstandigheden). Dat belooft veel voor de WK in Londen 2017. Analyses van de verloren race zullen haar doelen verder hebben aangescherpt, wat moet leiden tot een voor haar realistische tijd onder de 21,60. Als dat lukt in de finale, dan zal haar droom voor 2017, prolongatie van de wereldtitel, nagenoeg zeker uitkomen.

Dat zou voor rust in haar hoofd moeten zorgen, ook tijdens de race.

 

Video: Finale Beijing 2015

Verder lezen?

Concentration: Attention and Performance – Moran (2012)