Trainer

Robin van Galen

Trainer en sportcoach van het jaar 2008 Robin van Galen: “Bij het trainen van atleten staat de ontwikkeling wat mij betreft voorop. Je probeert de sporter simpelweg beter te maken op bijvoorbeeld technisch, tactisch, fysiek of mentaal vlak. Je probeert in je trainingen je sporters uit te dagen met afwisselende oefenstof die natuurlijk weer gerelateerd is aan je meerjarenplan.”

Net als Robin van Galen zullen praktisch alle trainers het als hun hoofdtaak zien om sporters op alle vlakken beter te maken. Het zal geen verrassing zijn dat ik in dit blog ga inzoomen op de mentale begeleiding, het onderdeel waar de meeste trainers zich misschien wel het minst comfortabel bij voelen. Veel vragen zich namelijk af: Hoe doe je dat, sporters mentaal beter maken?

Je vermoedde het al: mentale begeleiding richt zich op mentale factoren. Om het overzichtelijk te houden, richt ik me in dit blog op één specifieke factor, namelijk zelfreflectie. Dit is de metacognitieve vaardigheid om na te denken over je eigen gedachten, gevoelens en gedrag. Zelfreflectie is een belangrijke vaardigheid, vooral voor ambitieuze sporters, omdat het sterk is gerelateerd aan prestatieverbetering. Net als bij iedere vaardigheid bestaan er grote verschillen tussen personen, zowel wat betreft de behoefte aan zelfreflectie als de vaardigheid om te zelfreflecteren.

Hoe kun je als trainer een klimaat creëren waarin zelfreflecteren wordt gestimuleerd? 

Dat kan vanzelfsprekend op verschillende manieren, en een hulpmiddel kan daarbij prettig zijn. Zo hebben wij voor trainers en coaches en hun sporters een gedigitaliseerd instrument ontwikkeld waarin vragen worden gesteld over een reeks zelfregulatieve vaardigheden, waaronder zelfreflectie:

  1. Aan de sporter worden drie vragen gesteld over zijn/haar behoefte aan zelfreflectie. Bijvoorbeeld: Ik vind het belangrijk dat mijn trainer me helpt met nadenken over het verbeteren van mijn sterke en zwakke(re) kanten.
  2. Vervolgens worden drie vragen gesteld over de steun van de trainer die hij/zij ervaart wat betreft zelfreflectie. Bijvoorbeeld: Mijn trainer helpt me nadenken over het verbeteren van mijn sterke (zwakkere) kanten.

Zoals hieronder in Figuur 1 is te zien, worden de scores op behoefte en ervaring per factor (waaronder reflectie) gevisualiseerd. Wanneer er een verschil is tussen behoefte en ervaring (1 versus 2), dan is dit een uitgangspunt voor een gesprek. Zo kan de sporter weinig steun ervaren wat betreft zelfreflectie, terwijl zijn/haar behoefte daaraan sterk is. Maar als de behoefte laag is, dan zal gebrek aan steun niet als problematisch worden ervaren. Een verschil in behoefte en ervaring betekent in dat geval dat de sporter vindt dat de trainer te veel aandacht besteedt aan zelfreflectie. Omdat zelfreflectie voor sporters zo’n belangrijke vaardigheid is, kan overigens een lage score op de behoefte aan zelfreflectie an sich al aanleiding zijn voor een gesprek. 

Figuur 1: Behoefte versus Ervaring van de sporter (1 versus 2)
Uit: #GOALS: Tips om sporters (nog) beter te trainen – Jonker & Van Yperen (2019)

Aan de trainer worden dezelfde vragen gesteld (zie 1 en 2 hierboven), maar dan vanuit het perspectief van de trainer:

  1. Hoe sterk is de behoefte aan zelfreflectie van jouw sporter? Bijvoorbeeld: Mijn sporter vindt het belangrijk dat ik hem/haar help met nadenken over het verbeteren van zijn/haar sterke en zwakke(re) kanten.
  2. In hoeverre biedt jij ondersteuning aan jouw sporter wat betreft zelfreflectie? Bijvoorbeeld: Ik help mijn sporter met het nadenken over het verbeteren van zijn/haar sterke (zwakkere) kanten.

Ook deze scores (3 versus 4) kunnen vervolgens met elkaar worden vergeleken, waarbij het voor de hand ligt dat de ondersteuning door de trainer (4) synchroon loopt met de door hem/haar waargenomen behoefte van de sporter (3). Verder geeft de vergelijking tussen 2 en 4 antwoord op de vraag of er een verschil is in ervaring tussen sporter en trainer wat betreft de mate van ondersteuning. In onderzoek worden vaak (grote) verschillen gevonden. En niet alleen bij sporters en hun trainers; ook bij kinderen en hun ouders, en medewerkers en hun leidinggevenden is dat het geval. Het is blijkbaar een vrij algemeen verschijnsel dat trainers, ouders en leidinggevenden denken dat ze steun bieden, maar dat wordt door de beoogde ontvangers (sporter, kind, medewerker) niet zo ervaren. Misschien nog wel opmerkelijker is dat sporters (en kinderen en medewerkers) ook vaak aangeven dat ze veel steun ontvangen terwijl hun trainers (en ouders en leidinggevenden) zich daar niet zo van bewust zijn. 

Mogelijke oorzaken voor verschillen in ervaringen van sporter en trainer (2 versus 4) zijn een verkeerd ingeschatte behoefte door de trainer (1 versus 3), of dat de intentie van de trainer niet door de sporter wordt begrepen, of dat beide partijen uiteenlopende opvattingen hebben over zelfreflectie. De mogelijke verklaringen kunnen sporter en trainer gezamenlijk onderzoeken, met als doel de ervaringen (en de interpretatie ervan) van trainer en sporter op elkaar af te stemmen en zodoende de mentale ondersteuning te verbeteren. 

Specifiek kunnen trainers het volgende doen om de mentale begeleiding op een hoger plan te brengen:

  • Meer kennis ontwikkelen omtrent zelfreflectie, en mentale factoren in het algemeen. Het is belangrijk dat trainers weten wat mentale factoren (zoals zelfreflectie) zijn, wat we daarover weten op basis van wetenschappelijk onderzoek, en hoe deze kennis gebruikt kan worden om sporters beter te maken. 
  • Het leren herkennen en achterhalen van psychologische behoeften van sporters. Relevante vaardigheden zijn observeren, actief luisteren en het stellen van open vragen.
  • Het versterken van ondersteunende vaardigheden, waaronder het stellen van doelen en het geven van feedback op de vooraf opgestelde doelen. De zelfreflectie kan worden gestimuleerd door aan de sporter open vragen te stellen als: Wat ging er goed? Wat ging minder goed, en waarom? Waarom heb je op dat moment die keuze gemaakt? Waar dacht je aan? Wat zou je in die situatie anders kunnen doen? 
  • Samenwerking zoeken met een gekwalificeerde sportpsycholoog, zoals dat ook op andere vlakken gebeurt, bijvoorbeeld met een arts, fysiotherapeut, diëtist, fysiek trainer, videoanalist, en data-analist. Net als de trainer zijn dit professionals met specialistische kennis die kunnen helpen sporters beter te maken. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat de gezamenlijke begeleiding van trainer en sportpsycholoog tot de beste resultaten leidt. En daar doen we het voor.

Verder lezen?

#GOALS: Tips om sporters (nog) beter te trainen – Jonker & Van Yperen (2019)

Weten wat je sporters nodig hebben: Scan kan helpen bij optimaliseren trainingsklimaat – Jonker, Van Yperen et al. (2019)

Video: Reflecteren kun je leren (klik op de link hieronder, niet op het plaatje): https://video.saxion.nl/media/Reflecteren+kun+je+leren/1_wwin50f7

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.