Tussen de oren

 

“Ik ben niet ziek of zo, maar alles wat ik doe, klopt niet met hoe ik me voel. Ik voel me heel krachtig, maar ik zwem niet hard”.

Aldus Femke Heemskerk, één van de Nederlandse “Golden Girls” die op de 100m vrije slag estafette goud won op de Olympische Spelen van Beijing in 2008 (en zilver in Londen 2012). Zij voelde zich tijdens de Olympische Spelen van Rio 2016 “… als Max Verstappen in een Lada.” In Rio viel de estafette ploeg net buiten het podium (4e), en individueel kwalificeerde Heemskerk zich niet voor de finales van de 100m en 200m vrije slag. Volgens Heemskerk zat het er potentieel dus wel in, maar het kwam er niet uit. Ze presteerde onder haar kunnen; er was Prestatie Verlies opgetreden. Mathematisch ziet dit er als volgt uit:

Sport Prestatie = Potentiële Prestatie – Prestatie Verlies

De vragen die atleten en coaches (en andere geïnteresseerden) zich vervolgens stellen zijn: Hoe kan Prestatie Verlies worden verklaard? Waarom was de atleet op het moment suprême niet in staat om datgene te brengen waartoe zij wel in staat was? Het antwoord dat vaak wordt gegeven is: “Het zat tussen de oren”.

Mentale factoren die Prestatie Verlies kunnen veroorzaken zijn:

Om te bepalen of dit daadwerkelijk de verklarende factoren zijn, moet de atleet eerlijk naar zichzelf zijn en proberen te achterhalen wat de gedachten en emoties waren op de cruciale momenten. Inzicht in de mogelijke oorzaken biedt aanknopingspunten voor een actieplan met als doel de kans op herhaling te verkleinen, en het liefst te voorkomen. Een (mental) coach kan daarbij behulpzaam zijn.

Van belang in dit verband is dat het potentiële prestatieniveau een inschatting is. Wanneer er sprake is van zelfoverschatting, dan is er mogelijk geen prestatieverlies opgetreden. De atleet was simpelweg niet goed genoeg. Een olympiër met medaille-aspiraties moet allereerst op het allerhoogste niveau kunnen presteren! Ook dit wordt voor een belangrijk deel “tussen de oren” bepaald. Zo besloot Femke Heemskerk in 2015 naar het Franse Narbonne te verkassen om zich te onderwerpen aan het Spartaanse trainingsregime van de excentrieke zwemcoach Philippe Lucas. De mentale factoren die aan dit soort beslissingen ten grondslag liggen, zijn onder meer:

  • Mentale weerbaarheid en veerkracht: Ze had teleurstellend gepresteerd op de wereldkampioenschappen in Kazan (Rusland) in 2015 (5e op de 100m en 8e op de 200m vrije slag), verwerkte dit, en ging op volle kracht door om nog beter te worden.
  • De wil en discipline om keihard te trainen om de gewenste resultaten te halen, met oog voor de juiste balans tussen inspanning en rust.
  • Affectie en commitment houden voor het zwemmen, ondanks alles.
  • Oplossingsgerichtheid: Het zoeken en vinden van oplossingen, bijvoorbeeld wanneer je trainer kiest voor een andere discipline binnen de zwemsport. Heemskerk’s toenmalige (en ondertussen weer huidige trainer) Marcel Wouda ging zich voor Rio richten op het openwaterzwemmen.
  • Het geloof in persoonlijke ontwikkeling en groei, en minder goede prestaties gebruiken als inspiratiebron om nog beter te worden.

Mentale training richt zich dus niet alleen op het voorkomen van Prestatie Verlies, ofwel het aanleren en versterken van vaardigheden om datgene wat je in je hebt op het moment suprême te demonstreren. Minstens zo belangrijk zijn de motivatie, discipline en passie om Prestatie Winst te boeken, ofwel het verhogen van het potentiële prestatieniveau. Atleten kunnen bijvoorbeeld werken aan het versterken van hun technische en tactische vaardigheden, het optimaliseren van hun omgeving (faciliteiten, materiaal, trainers, begeleiders), en het doen en laten van de juiste dingen (voeding, ontspanning, verzorging, rust).

Het laatdunkend spreken over de mentale vaardigheden van topatleten (“mentaal zwak”) is dus behoorlijk misplaatst. Per definitie presteren topatleten consistent op een hoog niveau, wat ook het geval is als een finale op de olympische spelen wordt gemist. Een internationaal topniveau wordt nooit gehaald zonder sterke mentale vaardigheden. Op het hoogste niveau zijn kleine fluctuaties in prestatieniveau bepalend voor kwalificaties, medailles en kampioenschappen. Hier goed mee om kunnen gaan, en het creëren van de juiste mindset om optimaal te presteren wanneer het er ècht om gaat, is voor topatleten de grootste mentale uitdaging.

Hoe zit dat met doorsnee sporters (zoals u en ik)?

Doorsnee sporters presteren op minder hoog niveau en minder consistent dan topatleten vanwege een suboptimale techniek, minder goed ontwikkeld tactisch inzicht, een minder goede fysieke conditie, etc. Ambitieuze doorsnee sporters die beter willen worden, kunnen wellicht de meeste winst halen door te streven naar Prestatie Winst, dus het verbeteren van factoren als techniek, tactiek en conditie. Daardoor wordt hun potentiële prestatieniveau hoger, en daardoor ook de kans op daadwerkelijk beter presteren. Daarbij is het voorkomen van Prestatie Verlies op de cruciale momenten natuurlijk ook belangrijk. Echter, de oorzaak voor een mislukt schot, een verdedigingsfout, of een onhandige tactische manoeuvre op een belangrijk moment in de wedstrijd ligt niet automatisch “tussen de oren”. Immers, in tegenstelling tot topatleten maken zij ook zonder wedstrijdspanning en mentale druk dit soort fouten met grote regelmaat!

 

Verder lezen?

Foundations of Sport and Exercise Psychology – Weinberg & Gould (2015)

Developing mental toughness: From research to practice – Crust & Clough (2011)

Video: Dit was niet goed – https://nos.nl/video/2050890-femke-heemskerk-dit-was-niet-goed.html