Talent

Uitzonderlijke prestaties op het gebied van sport, wetenschap of kunsten fascineren. Maar hoe komt het dat iemand, bijvoorbeeld, een unieke prestatie aan de rekstok levert, een land of onderneming uit een crisis redt, of een universitaire studie op 14-jarige leeftijd afrondt? Hebben deze mensen een aangeboren talent? En zo ja, kun je dat op voorhand voorspellen? Hebben alleen mensen die uitzonderlijk presteren talent? Of is juist oefening en hard werken doorslaggevend voor succes? En ben je voor succes niet erg afhankelijk van anderen, en van toeval, mazzel en (geen) pech? Bijvoorbeeld, is Bill Gates de rijkste man van de wereld geworden vanwege zijn genen, omdat hij altijd keihard heeft gewerkt, of omdat hij als puber in de gelukkige omstandigheid verkeerde dat hij door toeval de beschikking had over een in die tijd zeldzame computer waarop hij ‘s avonds en ‘s nachts kon oefenen en experimenteren?

In het algemeen kan worden gesteld dat goede prestaties het produkt zijn van zowel nature als nurture, ofwel aanleg, motivatie en hard werken, en een omgeving die – vaak bij toeval – mogelijkheden biedt die vervolgens door “het talent” worden onderkend en benut.

Omdat zowel nature als nurture succes bepalen, is het voor de bereidheid om tijd, energie en geld te steken in ontwikkeling en leren mede een kwestie van overtuiging en geloof. De Amerikaanse psychologe Carol Dweck benadrukt dat er mensen zijn die geloven dat leiderschap aangeboren is en niet of nauwelijks aangeleerd kan worden. Andersom geloven anderen – net als voormalig topvoetballer en voetbaltrainer Jaap Stam – dat je via leiderschapstrainingen en praktijkervaring leiderschapsvaardigheden kunt aanleren en zodoende een effectievere leidinggevende of trainer kunt worden. Dit wordt aangeduid als respectievelijk een fixed mindset en growth mindset, ofwel het niet-geloven in veranderbaarheid (nature) versus het geloof dat vaardigheden, attitudes, waarden, eigenschappen, etc. wel degelijk veranderbaar zijn (nurture). De mindset van de persoon heeft vanzelfsprekend consequenties voor de inzet en motivatie om te werken aan de eigen ontwikkeling. Deze is relatief laag voor personen met een sterke fixed mindset, en relatief hoog voor degenen met een sterke growth mindset.

Overigens kunnen mindsets per dimensie verschillen. Zo kun je geloven dat je altijd verlegen zult blijven en gevoelig voor stress, maar dat je je cognitieve vaardigheden kunt versterken en een betere volleyballer kunt worden. Aannemende dat iedereen wel gelooft dat bepaalde aspecten te veranderen en te ontwikkelen zijn, is vervolgens de vraag of je je in het leerproces beter kunt richten op relatief sterke punten (“je talenten”), of relatief zwakke punten.

Veelal is men in de sport (evenals in werksituaties en in het onderwijs) gericht op de relatief zwakke punten van de persoon, naar wat iemand nog niet kan. Het leerproces is vervolgens gericht op het vullen van de hiaten, ofwel, op het verbeteren en versterken van de relatief zwakke punten. Deze benadering sluit aan bij invloedrijke motivatietheorieën die als uitgangspunt hebben dat motivatie voortkomt uit het ervaren van een discrepantie tussen wat men heeft en wat men wil: “Ik heb dorst, dus ik wil wat drinken“, “Mijn effectiviteit in belangrijke wedstrijden laat te wensen over, dus ik moet leren om beter met druk om te gaan“, etc.

Nadeel van de gerichtheid op relatief zwakke punten is dat de nadruk per definitie ligt op tekortkomingen en (relatieve) incompetentie, hetgeen de motivatie juist negatief kan beīnvloeden. Andere, net zo invloedrijke motivatietheorieën laten zien dat als mensen het gevoel hebben “hier niet goed in te zijn”, het hen vaak de lust en moed ontneemt om er tijd en moeite in te steken. Vanuit dit perspectief is het centraal stellen van iemands relatief zwakke punten dus niet effectief om leren te bevorderen. Echter, in veel situaties ben je zo sterk als je zwakste schakel. Tennissers met een (te) zwakke backhand, bijvoorbeeld, zullen weinig wedstrijden winnen omdat hun kwetsbare backhand continue door hun tegenstanders zal worden bestookt.

Daarom is noodzakelijk, met name bij individuele sporten en taken, om te werken aan relatief zwakke punten. Dit kan het best in combinatie met het werken aan sterke punten. Het verder ontwikkelen en versterken van de sterke punten van de atleet is belangrijk omdat dat nu juist de kwaliteiten zijn die iemand goed en uitzonderlijk maken. Denken en werken aan sterke punten versterkt het zelfvertrouwen en intrinsieke motivatie, en verhoogt de bereidheid om inspanningen te leveren en hard te werken. Het creëert als het ware een buffer om ook met de relatief zwakke punten effectief aan de slag te gaan. Immers, het gevoel van incompetentie is beter te dragen wanneer je tegelijkertijd het gevoel hebt op andere gebieden wèl competent te zijn. Vanuit je kracht werken aan je zwakke punten is leuker en motiveert meer, waardoor je je talenten maximaal kunt ontplooien.

 

Verder Lezen?

The effects of strength-based versus deficit-based self-regulatedlearning strategies on students’ effort intentions – Hiemstra & Van Yperen (2015)

http://mindsetonline.com/whatisit/about/