Uitstijgen boven jezelf

Mathieu van der Poel 

Wanneer het doel van sporters is om tijdens belangrijke wedstrijden “boven zichzelf uit te stijgen”, dan zetten ze zichzelf onnodig onder (nog meer) druk. Boven jezelf uitstijgen is namelijk een onhaalbaar doel. Het is wel realistisch om tot het gaatje te gaan, om het maximale uit jezelf te halen, om alles eruit te trekken wat erin zit. Maar het gaat echt niet lukken om op een magische wijze beter te presteren dan wat je op dat moment kunt leveren. 

Mathieu van der Poel won in 2019 de wereldtitel veldrijden, de Europese titel mountainbiken en de wegklassiekers Amstel Gold Race en Dwars door Vlaanderen. Hij werd daarom meer dan terecht sportman van het jaar 2019. Begin 2020 werd hij in het Zwitserse Dübendorf voor de derde keer wereldkampioen veldrijden, en na de gedwongen coronapauze won hij in augustus met overmacht zijn tweede Nederlandse wielertitel op de weg. Het lijkt wel of hij op de belangrijke momenten steeds weer in staat is om boven zichzelf uit te stijgen. 

Lijkt, inderdaad.

Het kan best wel eens voorkomen dat sporters, met name jonge sporters die nog volop in ontwikkeling zijn, boven zichzelf uitstijgen. Maar Van der Poel liet, bijvoorbeeld, begin 2020 in Dübendorf gewoon zien hoe sterk hij was, wat ‘ie in zich had, wat de trainingsdata al hadden aangekondigd. Nog voor de race zie hij hierover: “… vorige week tijdens de wedstrijd in Hoogerheide voelde hij dat het wel snor zat. In de laatste trainingen was met intervals, sprinten en blokken met hoge intensiteit de explosiviteit weer in de benen gekropen. De vormpiek was op het juiste moment bereikt. De data hadden erop gewezen …”

Anders gezegd, door training en hard werken had Van der Poel zijn topvorm te pakken waardoor hij wist dat hij een grote kans maakte op de wereldtitel. Het enige wat hij in Dübendorf nog moest doen was om, zonder prestatieverlies, zijn hoge niveau aan de wereld te tonen. En dat deed ‘ie, wat bijzonder knap is omdat er bijna altijd sprake is van prestatieverlies in competitieve situaties. Dat is vooral het geval wanneer de druk erg hoog is, bijvoorbeeld bij een strijd om een kampioenschap of het nemen van een mogelijk beslissende penalty in de laatste minuut. 

Dat optimaal presteren op het moment suprême moeilijk is, laten objectieve sportstatistieken zien. Daaruit blijkt dat sporters in belangrijke wedstrijden, op de belangrijke momenten, wanneer de druk het hoogst is, vaak slechter presteren dan onder “normale” omstandigheden zonder veel prestatiedruk. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, hebben onderzoekers de succespercentages van vrije worpen in NBA basketbal wedstrijden geanalyseerd. Vrije worpen zijn standaardsituaties; onder alle omstandigheden is de afstand tot de basket hetzelfde, zelfde hoogte, zelfde procedure, geen weerstand of verdediging. De druk op de speler is vooral hoog in de laatste minuut van de wedstrijd wanneer het team 1 punt achterstaat. De vrije worp moet dan raak zijn om verlies af te wenden. Uit de resultaten bleek dat spelers onder die hoge druk minder vaak raak schoten dan hun gemiddelde gedurende het seizoen. Dat wil zeggen, op het moment dat het ècht moest, presteerden ze slechter dan hun gemiddelde niveau.

Laat staan dat ze boven zichzelf uitstegen.

Maar hoe zit het dan met Michael Jordan, misschien wel de beste basketballer ooit? Op het internet zijn vele video’s te vinden waarin spectaculaire acties en beslissende scores van Jordan te zien zijn, ook op de belangrijke momenten. De meest gememoreerde actie vond plaats in de laatste seconden van The Last Dance, het laatste seizoen van het legendarische team van de Chicago Bulls. In de laatste seconden van de zesde NBA play-off wedstrijd tegen Utah Jazz, in 1998, maakte hij de winnende actie. De zesde (en vooralsnog laatste) NBA titel voor de Chicago Bulls (en voor Michael Jordan) was een feit.

Dat was een weergaloze, onvergetelijk individuele actie, maar ook voor Jordan was het een atypische uitkomst. Ook zijn statistieken laten eenduidig zien dat Jordan onder druk slechter presteerde dan zijn persoonlijk gemiddelde. Dat het publiek een ander beeld heeft, heeft tenminste twee oorzaken. Ten eerste krijgen topspelers als Jordan vaker de bal en doen ze meer doelpogingen. In absolute zin scoren ze daardoor meer dan andere spelers. Een tweede verklaring is de zogenaamde beschikbaarheidsheuristiek. In tegenstelling tot zijn vele missers op cruciale momenten, staan Jordan’s succesvolle pogingen in het collectieve geheugen gegrift. Dat Jordan zelf een realistischer beeld heeft van zijn eigen prestaties, blijkt onder meer uit zijn veel geciteerde uitspraak: “…. Twenty-six times, I’ve been trusted to take the game-winning shot and missed. I’ve failed over and over and over again in my life”.

Op de belangrijke momenten presteren ook spelers van het caliber Jordan dus vaak onder hun eigen gemiddelde niveau. Dat ze vaak winnen en kampioen worden, komt door hun vermogen om hun prestatieverlies te beperken. Ook voor hen is boven zichzelf uitstijgen een utopie. Je kunt namelijk niet meer of beter dan je kunt. Als je in staat bent om meer te doen dan je dacht te kunnen, dan is de Cruijffiaanse verklaring dat je dus meer kon dan je dacht. Maar dat is iets anders dan boven jezelf uitstijgen.

Wat sporters vaak bedoelen met “boven zichzelf uitstijgen” is dat ze – wanneer het ècht moet – de beste versie van zichzelf zijn, in staat zijn om ook hun allerlaatste reserves aan te spreken, om die eindsprint eruit te persen, of om helemaal kapot te gaan. Een betere tijd, hoogte, of afstand dan ooit in wedstrijdverband realiseren, is alleen mogelijk als vooraf trainingsdata laten zien, net als bij Mathieu van der Poel, dat je in staat bent om een persoonlijk record te realiseren. Je hebt meer, harder of slimmer getraind, intensiever of afwisselender geoefend, een uitgekiender eet- en leefpatroon gevolgd, of je focus en wil om winnen is sterker dan ooit. De kern is dat het op dàt moment in je zit, dat je potentiële prestatieniveau hoog genoeg is. Dat potentiëel moet je vervolgens in de wedstrijd volledige benutten, alles eruit halen wat erin zit. Maar verwacht niet dat er iets magisch gaat gebeuren waardoor je plotseling over bronnen en krachten beschikt die er eerst niet waren. Nee, die zijn er, die heb je, en die benut je op het juiste moment, in een competitieve situatie waarin (grote) prijzen te halen zijn.

Als sporter moet je derhalve blij en tevreden zijn als je onder druk naar eigen vermogen presteert. Die kans wordt groter als je de juiste doelen voor ogen hebt. Collega Andrew Elliot heeft in een serie studies laten zien dat competitieve situaties vooral negatief uitpakken wanneer het voornaamste doel niet-verliezen is. Als naar winst wordt gestreefd, dan zijn de uitkomsten over het algemeen aanzienlijk beter, vooral wanneer je je richt op hoe je je gedroomde uitkomstdoel wilt gaan realiseren. Verder treedt er bij toenemende druk vaak minder prestatieverlies op naarmate wilskracht en lichamelijk inspanning de bepalende factoren zijn, zoals bij hardlopen en wielrennen. De kans op prestatieverlies is groter naarmate de prestatie meer afhankelijk is van kennis, vaardigheden, en concentratie, zoals bij sporten als voetbal, turnen en golf. 

Ga er dus nooit vanuit dat je boven jezelf moet uitstijgen om belangrijke wedstrijden te winnen. Roeibondscoach Mark Emke zei het ooit als volgt: “Er bestaat niet zoiets als boven jezelf uitstijgen, dat is absolute flauwekul. Je bent het altijd helemaal zelf als je die prestatie levert. Komt het er allemaal op het juiste moment uit, dan …. heb je precies gedaan wat je echt kan.”

De kans om optimaal te presteren vergroot je dus door hard en slim te trainen en zodoende prestatiewinst te boeken en op een zo hoog mogelijk niveau te komen. Dat hoge niveau probeer je vervolgens onder druk te laten zien door je op procesgerichte streefdoelen te richten. Niks meer (want dat kan niet), en liefst ook niks minder. Winnaars stijgen niet boven zichzelf uit. In de week vòòr de wedstrijd behoren ze tot het selecte groepje met het hoogste potentiële prestatieniveau van het hele deelnemersveld, en ze zijn vervolgens de beste in het minimaliseren van prestatieverlies tijdens de wedstrijd of het toernooi.

Lijdt je onder druk en spanning niet of nauwelijks prestatieverlies, haal je min of meer je eigen, maximale niveau van dat moment, dan heb je mentaal ijzersterk gepresteerd, ook al blijkt achteraf dat je niet hebt gewonnen.

Verder lezen?

How to perform under pressure – Hendrie Weisinger & J.P. Pawlin-Fry

Competition and achievement outcomes: A hierarchical motivational analysis – Andrew J. Elliot

Mentale aspecten van sport en presteren – Nico W. Van Yperen

Video: Ranomi wil boven zichzelf uitstijgen in Rio

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.