Ouders

De invloed van ouders op de mentale ontwikkeling van kinderen met uitzonderlijk veel sporttalent is niet eenduidig positief. In de Nederlandse context is de relatie tussen vader Petr en zoon Richard Krajicek iconisch. Petr Krajicek heeft de twijfelachtige eer om symbool te staan voor de foute vader die van zijn zoon een groot kampioen wil maken. De vader van Linda Niemantsverdriet, tennistalent in de jaren ’90 toen Richard tot de wereldtop behoorde, gaf in Vrij Nederland van december 1993 een karakteristiek voorbeeld: “… vader Krajicek … accepteerde geen nederlagen. Schopte Richard van de baan rechtstreeks de caravan in.” Een ander voorbeeld komt van Richard zelf: “Als ik verloren had, moest ik van het trainingscentrum naar huis rennen. Mijn vader reed er dan met zijn auto naast om te controleren of ik niet ging wandelen.” Op 16-jarige leeftijd zat Richard er behoorlijk doorheen, maar ondertussen heeft hij het verleden een plek kunnen geven: “Ja, die goeie, ouwe caravan’, zegt Krajicek, met gevoel voor zelfspot.”

Dat Petr Krajicek bekend staat als foute ouder heeft ook te maken met de uitzonderlijke successen die zijn zoon desondanks behaalde, met als absoluut hoogtepunt de Wimbledon titel in 1996. En met de dramatische ontwikkelingen in het gezin Krajicek die de laatste decennia uitgebreid in de media zijn beschreven, waaronder de scheiding van vader en moeder en het verbreken van de relatie tussen vader en zoon, die na 10 jaar overigens weer is goed gekomen. Verder is Richard Krajicek nooit uit de publiciteit verdwenen, onder meer door de tenniscarrière van halfzuster Michaëlla Krajicek, zijn huwelijk met BN’er Daphne Dekkers, zijn directeurschap van het succesvolle ABN-AMRO World Tennis Tournament Rotterdam, en zijn rol als begeleider en coach van hedendaagse toptennissers als Stanislas Wawrinka en Milos Raonic. Tegenwoordig trekt hij ook aandacht door de opkomst van zijn talentvolle zoon Alec, met als gevolg bespiegelingen over zijn eigen precaire rol als tennisouder.

Richard Krajicek heeft geleerd van zijn eigen ervaringen als tennistalent met een dwingende en controlerende vader. Hij wil zijn eigen zoon vooral mentaal ondersteunen en faciliteren waar nodig, en bovenal, een goede vader zijn. Dat is verstandig, en zou voor iedere vader vanzelfsprekend moeten zijn. Talentvolle kinderen die hun ouders ervaren als ondersteunend hebben meer plezier in hun sport, zijn sterker gemotiveerd om vooruit te komen, en presteren ook nog eens beter. Nog belangrijker is dat ondersteunend gedrag van de ouder de relatie met het kind ten goede komt en alle betrokkenen gelukkiger maakt.

Hoe word en blijf je een “ondersteunende ouder”? De essentie is: je kind het gevoel geven van onvoorwaardelijke acceptatie, steun en liefde. Of je kind nu wint of verliest, minder in sport gaat investeren of helemaal stopt met sporten, dat zou voor de relatie tussen ouder en kind niets uit moeten maken. Ofwel, gedraag je (verbaal en nonverbaal) primair als ouder, niet als trainer of coach.

Concrete richtlijnen zijn:

  1. Weet waarom je kind sport, of wil stoppen met sporten. Wat vindt hij/zij belangrijk? Bekrachtig die doelen, en leg je kind niet je eigen doelen en dromen op waardoor synchronisatie-problemen en conflicten kunnen ontstaan. Je kunt natuurlijk wel reflecteren en dingen bespreken, zoals de voor- en nadelen van bepaalde keuzes, of proberen je kind ongedwongen enthousiast te maken voor dingen die jezelf belangrijk en waardevol vindt.
  1. Benadruk plezier, moedig je kind aan zijn/haar uiterste best te doen, en reflecteer op het leerproces. Vooral uitzonderlijk talentvolle kinderen komen snel in een omgeving terecht waar doorgeselecteerd wordt en uitkomsten als winnen, punten halen en kampioen worden centraal staan. Deze nadruk op resultaten en uitkomsten bekrachtig je als ouder door na een wedstrijd vragen te stellen als: “Heb je gewonnen?”, “Had je een basisplaats?”, en “Hoeveel punten heb je gescoord?” Dit kan (extra) druk en weerstand bij het kind oproepen.

Juist in een prestatiegerichte omgeving is het belangrijk dat ouders tegenwicht bieden door een omgeving te creëren, en in stand te houden, waarin een kind zich veilig voelt en onvoorwaardelijk “kind” kan zijn. Juich mee bij successen, toon empathie bij teleurstellingen en tegenslagen, maar oordeel niet op basis van winst of verlies. Kies voor een positieve benadering: wees lovend als je kind alles heeft gegeven, en toon belangstelling door vragen te stellen als: “Was het leuk?”, “Heb je een mooie actie kunnen maken?”, en “Wat heb je geleerd?”

  1. Stimuleer je kind om meerdere sporten of andere dingen te doen waarbij plezier voorop staat. Een brede (fysieke) basis voorkomt ernstige blessures en voortijdig afbranden. Om uiteindelijk heel goed te worden, is voor de meeste sporten vroeg beginnen (rond een jaar of 6) weliswaar belangrijk, maar specialiseren voor het 13e levensjaar is veelal onnodig. Ajax-spits Kasper Dolberg, bijvoorbeeld, stopte op zijn 12e met handbal, omdat het niet meer te combineren was met voetbal. Hij was daarnaast goed in badminton, turnen en hardlopen. Tom Dumoulin, onder meer winnaar van de Giro d’Italia 2017, begon pas op 15-jarige leeftijd met wielrennen!

Als een kind ervoor kiest om ècht goed te willen worden in een bepaalde sport, dan zou vanaf een jaar of 13 de specialisatie in gang gezet moeten worden. Een belangrijke rol van de ouders is het benadrukken van waarden die medebepalend zijn voor succes in de sport, waaronder doorzettingsvermogen, autonomie en zelfdiscipline. Immers, ècht goed worden is vooral een kwestie is van hard werken (gegeven voldoende aangeboren talent).

  1. Zet je in voor een prettige en constructieve relatie met de trainer(s) en coach(es) van je kind zonder overbetrokken te raken. Geef hen vertrouwen, maar houd een vinger aan de pols. Ouders dragen tenslotte de eindverantwoordelijkheid voor het welzijn van hun kind.
  1. Houd het grotere geheel (“The Big Picture”) scherp in het oog: bekrachtig waarden die belangrijk zijn in het leven, zoals vriendschap, gezondheid, verantwoordelijkheid, vertrouwen, respect, samenwerken, innerlijke groei, emotionele controle, en rechtvaardigheid.

Samengevat is ondersteunend gedrag van de ouder goed voor het algemeen welzijn en zelfvertrouwen van het kind, en zijn/haar plezier in de sport. Net als Petr Krajicek kunnen ouders daarentegen ook dwingend en controlerend zijn, bijvoorbeeld door hun eigen wensen, doelen en dromen na te jagen, en niet zozeer die van hun kinderen. Dit kan zich uiten in overbetrokkenheid, bemoeizucht of gênant gedrag rondom het veld. Dit staat een topsportloopbaan niet noodzakelijkerwijs in de weg (zie Richard Krajicek), maar bevorderlijk voor het algemeen welzijn van het kind is het sowieso niet. In verreweg de meeste gevallen gaat dit soort gedrag van ouders niet alleen samen met minder welbevinden, maar ook met ervaren druk en spanningen bij hun kind, minder zelfvertrouwen en plezier in de sport, en uiteindelijk dropout. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

 

Verder lezen?

Parent Guide: Evidence-based strategies for parenting in organized youth sport – Dorsch et al. (2014)

Parenting in sport – Knight et al. (2017)

Being a sport parent: Buffering the effect of your talented child’s poor performance on his or her subjective well-being – Van Yperen (1998)

Talentontwikkeling: De rol van de ouders bij het ontstaan en omgaan met stress – Van Yperen & Hoitsma (1994)