Teamgeest

Arjen Robben was na de 2-0 nederlaag tegen Bulgarije hard in zijn oordeel over het spel van Oranje. De captain sprak van een bedroevend niveau van Nederland in het WK-kwalificatieduel in Sofia. “Dit is een nachtmerrie. De eerste helft van onze kant was schrikbarend … We speelden niet slecht, maar heel slecht … Het is in-en-in triest wat we hier hebben laten zien.”

Inderdaad, het gaat momenteel niet goed met het Nederlandse voetbalelftal, althans wat de mannen betreft. Het Nederlands elftal is er niet in geslaagd om zich te plaatsen voor de Wereld Kampioenschappen 2018 in Rusland, na ook al de Europese Kampioenschappen 2016 in Frankrijk te zijn misgelopen. Dit heeft wellicht te maken met gebrek aan voetbalkwaliteit, maar de irritatie bij het grote publiek is vooral het ogenschijnlijke gebrek aan teamgeest, strijdlust, en samenwerken, met name in de cruciale wedstrijd tegen Bulgarije. In de woorden van voetbalcriticus Hugo Borst: “… als je de beste niet bent, moet je een plan verzinnen. Werk samen. Blijf dicht bij elkaar. Win elk duel. Kijk wat er gebeurt bij andere landen met modale voetballers. Daar blinken ze uit in gedisciplineerd samenwerken. In die landen – IJsland, godbetert IJsland – geloven ze in teamgeest.”

Hoe creëer je een sterke teamgeest?

Het antwoord is simpel: door te winnen, of in ieder geval naar eigen vermogen en tevredenheid te presteren. Een succesvol team straalt eenheid uit, gelooft in eigen kunnen, en gaat effectief om met prestatiedruk. Als het goed gaat met het team is de sfeer goed en zijn de spelers tevreden met hun rol, teamgenoten en trainer. Tijdens wedstrijden wordt er gestreden en is er vertrouwen in een goede afloop, ook als het even tegenzit.

Maar als er niet wordt gewonnen, en het spel en de resultaten juist het probleem zijn, wat kun je dan doen om de teamgeest te versterken?

In dat geval is het antwoord minder simpel. De grote uitdaging is sowieso om in tijden van crisis de sfeer goed te houden. Dit gebeurt dan namelijk niet “automatisch” door goede resultaten. Een optie is dan om buiten trainingen en wedstrijden om teamactiviteiten te organiseren die afleiden en de sfeer binnen de groep positief beïnvloeden. Een assistent-trainer of invloedrijke speler met sterke sociale en communicatieve vaardigheden, die goed ligt binnen de groep, kan in dit proces (structureel) een belangrijke rol vervullen. Daarbij kan tijdens trainingen nadruk worden gelegd op oefenvormen die spelers leuk vinden om te doen, die hen er aan herinneren waarom ze ooit voor hun sport hebben gekozen. Plezier hebben in je sport is een onmisbaar basiselement.

Maar wanneer je in de hoek zit waar de klappen vallen, dan zouden trainingen vooral ook in het teken moeten staan van behoud of herstel van zelfvertrouwen. Een essentieel ingrediënt van een sterke teamgeest is waargenomen collectieve effectiviteit. Dat is het gedeelde geloof in de capaciteiten van het team om de gestelde taken goed uit te voeren en de gewenste uitkomsten te bereiken. Teams met een hoge collectieve effectiviteit stellen hogere doelen, werken harder, zijn mentaal weerbaarder, en presteren beter. Een eerste mogelijkheid om bij teams in een negatief momentum de collectieve effectiviteit de herstellen, is het formuleren van, en werken aan haalbare (sub)doelen. Door deze (gegarandeerd) te realiseren worden de benodigde succeservaringen opgedaan van waaruit weer verder kan worden gebouwd. Voorbeelden zijn 80% van de ballen afmaken op het doel onder verschillende condities, of het succesvol uitvoeren van een specifieke taak of tactische plan in een oefenpartij. Vanuit dit gezichtspunt was het goed dat het trainersduo Advocaat/Gullit zich richtte op “winnen van Zweden”, en niet op het onrealistische doel “winnen met zeven doelpunten verschil”, een uitslag die nodig was voor kwalificatie, maar bijna 100% zeker zou hebben geleid tot een nieuwe faalervaring. De overwinning op Zweden (2-0) werd nu ervaren als succes, ondanks de bittere pil van niet-kwalificeren. Dit bescheiden succes biedt hoop voor de kwalificatiereeks na het WK 2018, in ieder geval meer hoop dan een vooraf niet onwaarschijnlijke nederlaag tegen Zweden (zie wederom Hugo Borst: “…morgen gaan ze er tegen Zweden ook aan …”).

Een tweede invalshoek om de collectieve effectiviteit te versterken is het werken aan de team identificatie. Voel je je als speler verbonden met dit team? Hoe belangrijk vind je het om voor dit team te spelen? Ben je blij dat je onderdeel bent van dit team? Idealiter ervaart een teamspeler succes en falen van het team als persoonlijk succes en falen. Dat wil zeggen, net als individuele doelen zouden teamdoelen intrinsiek verankerd moeten zijn. Dit kan worden getoetst door de uitkomst-, prestatie-, en procesdoelen van het team te expliciteren. Als zodoende duidelijk wordt dat deze teamdoelen niet intrinsiek door een speler worden gedeeld, als hij/zij niet bereid is zichzelf weg te cijferen voor het belang van het team, dan is de kans niet bijzonder groot dat deze speler effectief bijdraagt aan het herstel van het team. “Niet selecteren van deze speler” zou dan wel eens de beste optie kunnen zijn, ongeacht de individuele kwaliteiten.

Ten derde kan worden nagedacht over vragen als “Hoe willen wij als team overkomen? Wat willen wij uitstralen? Welke waarden zijn voor ons belangrijk?” Onafhankelijk van resultaten kun je (blijven) vechten voor iedere bal, kun je als aanvaller proberen acties te blijven maken, en kun je je houden aan het tactisch plan. Dat zouden dan ook – op de missie van het team gebaseerde – (sub)doelen moeten zijn waarop spelers en team na afloop van wedstrijden worden afgerekend: Hoeveel duels ben je aangegaan en hoeveel daarvan heb je gewonnen/verloren? Hoeveel passes heb je gegeven die (niet) goed zijn aangekomen? Hoeveel (succesvolle) acties heb je gemaakt? Heb je je aan je taken gehouden? Ook als je de wedstrijd verliest kun je op dit soort aspecten positief scoren. En wanneer alle spelers op deze aspecten hoog scoren, dan is het aannemelijk dat het team er alles aan heeft gedaan. Bij verlies was de tegenstander simpelweg beter. Wedstrijdanalyses geven vervolgens verbeterpunten aan waarop doelen worden bijgesteld en getraind gaat worden voor de volgende wedstrijd. Na een verliespartij ben je natuurlijk nooit echt blij, maar je bent zodoende wel opbouwend bezig en straalt als team uit dat je er maximaal voor gaat. Hoewel je ouders mogelijk anders beweerden: Je kunt meer dan je best doen. Dom, ondoordacht je best doen is niet optimaal. Doe vooral planmatig, onder deskundige begeleiding je best, gericht op herstel, groei en teamontwikkeling.

Tot slot kan de collectieve effectiviteit op het moment suprême worden versterkt door vertrouwen in het team en overtuiging in woord en gebaar uit te stralen. Legendarisch voorbeeld is Herb Brooks, coach van het U.S.A. ijshockeyteam tijdens de Olympische Winterspelen van Lake Placid in 1980, vastgelegd in de docudrama “Miracle”. In de voorbereidingsperiode heeft Brooks samen met assistent-coach Craig Patrick aan een team gebouwd dat, mede gezien het thuisvoordeel, Olympisch kampioen zou kunnen worden. Probleem was dat in die tijd de Sovjet-Unie nagenoeg onverslaanbaar was. In de voorbereidingsperiode verloor Team U.S.A. nog kansloos met 10-3. Meest memorabele fragment in de docudrama “Miracle” is de ongeëvenaarde peptalk van Herb Brooks (gespeeld door Kurt Russell) vlak voor de halve finale tegen de normaal gesproken superieure Sovjets (zie video hieronder). Mede door die interventie vond die avond het “miracle on ice” plaats (4-3 winst). De gouden medaille werd enkele dagen later veroverd ten koste van Finland (4-2). Een fraai staaltje mentale kracht dat alleen maar doorslaggevend kon worden door een optimale fysieke, technische, en tactische voorbereiding, en vooral ook door de selectie van talentvolle spelers die het teambelang voorop stelden.

 

Verder lezen?

“Yes, we can!” – Review on team confidence in sports – Fransen et al. (2017)

Teamwork and performance – Carron et al. (2012)

How psychological and behavioral team states change during positive and negative momentum – Den Hartigh et al. (2014)

 

Video: Peptalk Herb Brooks

4 gedachten over “Teamgeest”

  1. Goed en interessant verhaal. Zitten handige tips in. Vanaf welke leeftijd kan je dit toepassen in het voetbal?

    Ik kan me voorstellen dat het doelen stellen een onderdeel wordt van je selectiebeleid als vereniging. Je neemt dan mee welke doelen een speler heeft. Het laat zien welke intrinsieke motivatie de spelers hebben. Hoe kijk jij er tegen aan om doelen stellen door spelers zelf te laten meetellen in je selectie beleid?

    5
    1. Dank voor je reactie Kaj.
      Het is belangrijk dat doelen van spelers, coach, team en club op elkaar zijn afgestemd, dus dat zou ik zeker meenemen, ook bij de selectie. Het nadrukkelijk bespreken van doelen lijkt me zinvol vanaf een jaar of 13-14.

      0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.