Leven na de topsport

Als met je je met ziel en zaligheid hebt ingezet voor je sport, wie ben je dan nog als het ophoudt? Hoe kunnen topsporters de overgang naar “het normale leven” soepeler laten verlopen? Of is het leven na de topsport niet zo heel veel anders?

Roger Federer is ’s werelds beste en meest succesvolle tennisser ooit. Dit jaar (2019) wordt hij 38 jaar, maar haalt nog altijd structureel de laatste ronden van de grote toernooien, zoals onlangs bij de Sunshine Double. Hij verloor de finale van de Indian Wells Masters, maar won het direct daaropvolgende Miami Open.

Waarom tennist Federer nog? Wat drijft hem al meer dan 20 jaar om dag-in-dag-uit op topniveau bezig te zijn met zijn sport, hard te trainen, en gedisciplineerd te leven? Meer in het algemeen: Waarom kiest iemand voor een bestaan als topsporter?

  • De belangrijkste reden is wellicht dat topsporters houden van hun sport. Hun passie is op een natuurlijke wijze ontstaan; ze zijn er als kind in gegroeid. Mede daardoor hebben ze een sterke drijfveer om bezig te zijn met hun sport, om dagelijks te trainen, om steeds beter te worden, om de competitie aan te gaan en naar wedstrijden toe te werken, en om de beste te worden of te blijven.
  • Topsporters houden van de doelgerichte, gestructureerde en actieve levensstijl waaraan zij een groot deel van hun identiteit ontlenen. Federer tennist niet alleen, hij is een tennisser.
  • De fysieke (Serotine) en mentale “kick” (spanning, winnen) die topsporters ervaren is enorm. Je behoort bij de besten op een bepaald gebied en je gaat – zichtbaar voor iedereen – de strijd aan met anderen. Als dat uiteindelijk mooie resultaten oplevert (kwalificatie, top 10 positie, winst), dan geeft dat een geweldige voldoening.
  • Als topsporter heb je maatschappelijke status, je krijgt publieke aandacht en erkenning, je staat in de schijnwerpers. Mede daardoor levert het vaak een (gigantisch) inkomen op, dat overigens per sport sterk uiteenloopt.
  • Net als “gewoon” werk, levert het beoefenen van topsport sociale contacten op met collega’s, gelijkgestemden, en andere betrokkenen. Je maakt onderdeel uit van “het topsportwereldje”.

Dezelfde redenen maken het voor topsporters zo moeilijk om – al dan niet gedwongen (leeftijd, blessures, uitputting) – afscheid te nemen. Er wordt wel eens gezegd dat een sporter twee keer overlijdt: Als sporter en als persoon. Als je je met ziel en zaligheid hebt ingezet voor je sport, wie ben je dan nog als het ophoudt? Peter Winnen, columnist en voormalig wielrenner, schreef ooit: “… mijn leven was klaar op het moment dat ik de topsport verliet. Omdat er geen plek op aarde bestaat waar dezelfde inzet, concentratie en (totale) overgave wordt geaccepteerd.”

Evenals Peter Winnen hebben veel gepensioneerde sporters het gevoel dat het nooit meer zo mooi wordt als het was, dat ze nooit meer zo goed zullen worden in iets, en dat ze waarschijnlijk ook nooit meer zoveel waardering en aandacht zullen krijgen. Het grootste verlies is misschien wel de identiteit als topsporter. Als je jezelf (bijna) uitsluitend ziet als topsporter, dan is er (bijna) niets meer als je geen topsporter meer bent. Met dit rouwproces worden niet alleen absolute topsporters als Roger Federer geconfronteerd. Ook sporters als wielrenner Joost van Leijen en shorttrackschaatsster Margriet de Schutter die de absolute top (net) niet hebben gehaald, loerde het zwarte gat dat ze uiteindelijk ook zoals zodanig hebben ervaren. Ook zij moesten een nieuwe invulling geven aan hun leven en een nieuw ritme vinden. Margriet de Schutter heeft er een documentaire over gemaakt. Zij slaagde er niet in om haar droom te realiseren: deelname aan de Olympische Winterspelen in Vancouver 2010. Ze kwam daardoor in een mentale crisis terecht; zonder haar topsport wist zij niet meer wie zij werkelijk was.

Maar het beëindigen van een topsportloopbaan heeft ook positieve kanten: je bent af van de druk, de stress en het strakke stramien, je lichaam krijgt eindelijk rust, je krijgt tijd om andere dingen te ondernemen, en nieuwe deuren gaan voor je open. Voor sommige topsporters is “stoppen” daarom een opluchting en verademing. Raymond van Barneveld gaf onlangs aan dat hij het niet langer meer kon opbrengen om professioneel darter te zijn: “Ik wil geen pijn meer lijden.” Vontae Davis, cornerback van de Buffalo Bills, had het ook helemaal gehad met de topsport. Tijdens de rust van een wedstrijd tegen de Los Angeles Chargers besloot hij spontaan te stoppen met American Football: “He was done.”

Hoe dan ook, ex-topsporters moeten een nieuw leven opbouwen waarbij ze vaak op problemen stuiten. Hoe ga ik mijn tijd besteden? Hoe kom ik aan werk? Kan ik samenwerken met mensen die niet zo gedreven zijn als ik? Hoe voorkom ik dat ik kilo’s aankom, dat ik door inactiviteit fysieke klachten ontwikkel? Hoe breng ik structuur aan in mijn nieuwe leven? Voormalig hockey-international Minke Booij zei hierover hierover: “Als topsporter kom je na je actieve carrière sowieso in een identiteitscrisis terecht. Wie ben ik nog? Wat kan ik?”

Topsporters kunnen daarom vaak wel hulp gebruiken om de overgang naar “het normale leven” te vergemakkelijken. De voorbereiding op het leven na de topsport zou al tijdens de topsportloopbaan moeten beginnen. Dit gebeurt overigens automatisch, bij iedereen, zonder dat topsporters zich daar altijd van bewust zijn. Zoals besproken in een eerder blog verwerven sporters door het beoefenen van hun sport belangrijke basisvaardigheden en competenties die ten goede komen aan hun algemene persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk functioneren. Topsporters hebben bijvoorbeeld geleerd haalbare doelen te stellen en daar gedisciplineerd naar toe te werken, onder druk te presteren en om te gaan met succes en falen, en samen te werken met anderen om resultaten te halen. Belangrijk is dat sporters al tijdens de topsportcarrière leren hoe deze vaardigheden ook buiten de sport in te zetten.

Daarnaast zou tijdens de topsportcarrière meer aandacht moeten worden besteed aan andere activiteiten, zoals studeren, parttime werken, zich inzetten voor goede doelen, of actief zijn als coach, trainer of mentor. Doel van die activiteiten is om een tunnel-visie te voorkomen en dingen in gang te zetten. De kennis en vaardigheden die zodoende worden opgedaan hebben op dat moment geen prioriteit, maar helpen wel om een bredere identiteit te ontwikkelen en na de topsportcarrière nieuwe activiteiten op te starten. Voormalige hockey-international Joyce Sombroek, bijvoorbeeld, was al tijdens haar topsportcarrière nadrukkelijk bezig met haar maatschappelijke carrière. Zij studeerde geneeskunde, gaf clinics en presentaties en zette zich in voor verschillende goede doelen. Nadat ze door een chronische heupblessure noodgedwongen haar hockeyloopbaan moest beëindigen, is ze direct aansluitend als arts aan het werk gegaan. Joyce Sombroek ging niet met pensioen; ze veranderde “gewoon” van loopbaan.

Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Het vereist onder meer hard werken, prioriteiten stellen, discipline en mentale weerbaarheid. Laten dat nu net de kerncompetenties van topsporters zijn! Maar ook de omgeving moet meewerken en faciliteren, want de overgang is hoe dan ook groot. Maar net als in de topsport moet jij het als topsporter zelf willen, en moet je er zelf van overtuigd zijn dat je het ook kunt. Anderen kunnen je daarbij helpen, maar je moet het uiteindelijk zelf doen.

Is het leven na de topsport toch nog een beetje zoals het was.

Meer lezen?

Transitions: Ending active involvement in sports and other competitive endeavors – Petitpas, Tinsley & Walker (2012)

Athletes’ career transition out of sport: A systematic review – Park, Lavallee & Tod (2013)

Coping with retirement from sport: The influence of athletic identity – Grove, Lavallee & Gordon (1997)

Organisaties die relevante diensten aanbieden voor (ex-)topsporters zijn sportkoepel NOC*NSF, stichting De SportMaatschappij, en platform eX-topsporter.nl.

Video “Diepgaan voor Vancouver” – Margriet de Schutter

0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.