Levenslessen

Voor (jeugd)sporters is het teleurstellend en zuur als ze uiteindelijk het beoogde (topsport) niveau niet halen. Maar ook dan is het niet allemaal voor niets geweest. Immers, door het beoefenen van hun sport verwerven sporters belangrijke basisvaardigheden en competenties die ten goede komen aan hun algemene persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk functioneren. Daar hebben ze de rest van hun leven profijt van.

“Het meeste fier ben ik op de manier waarop ik alles beleefd heb. Leren omgaan met geld en roem als jonge puber is geen gemakkelijke klus. De carrière was één grote levensles.”

Voormalig #1 van de wereld en meervoudig grand slam winnares Kim Clijsters sprak deze woorden aan het einde van haar tennisloopbaan. Inderdaad, (top)sport wordt vaak gezien als leerschool en natuurlijk laboratorium van het leven. In een relatief beschermde omgeving leren sporters om te gaan met geluk en frustratie, succes en tegenslag, tegengestelde belangen en prestatiedruk. En ze leren bijvoorbeeld ook dat je hard moet werken voor succes, dat je regels moet respecteren, en anderen nodig hebt om je doelen te bereiken. 

Kortom, door het beoefenen van hun sport verwerven sporters belangrijke basisvaardigheden en competenties die ten goede komen aan hun algemene persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk functioneren. Eén van de redenen is dat leren, vooruitgaan en beter worden de norm is in een sportcontext. Bovendien is sporten leuk om te doen, waardoor je “als vanzelf” beter wordt. De waardevolle potentiële uitkomsten van sport zijn samen te vatten aan de hand van de volgende vier categorieën:

  1. Fysieke fitheid en bewustwording van gezonde gewoonten (gezond eten, genoeg slapen, zorg voor je lichaam).
  2. Mentale vaardigheden als doelen stellen, discipline, mentale weerbaarheid en veerkracht, overtuiging kweken, kalm blijven en kunnen ontspannen onder druk, doorzettingsvermogen, omgaan met positieve en negatieve consequenties van genomen beslissingen, emotionele controle, visualiseren van mogelijke scenario’s, en omgaan met negatieve gedachten en disfunctionele opvattingen.
  3. Sociale vaardigheden leer je in de sport, vooral in teamsporten, door samen te werken met anderen, gezamenlijke doelen na te streven, afspraken na te komen, effectief te communiceren, respect te tonen voor anderen, op te komen voor je eigen belang en dat van anderen, vreugde te delen, en om te gaan met conflicten, tegengestelde belangen en onderlinge concurrentie.
  4. Cognitieve vaardigheden worden eveneens door sporten en bewegen gestimuleerd, mede omdat sporters zich continue moeten aanpassen aan een veranderende omgeving. 

Maar natuurlijk is het niet allemaal hallelujah. In het algemeen zijn sporten en bewegen gezond, maar met name in de topsport liggen gevaren op de loer. Veel topsporters worden in hun sportloopbaan geconfronteerd met fysieke en mentale overbelasting, te weinig hersteltijd, overtraining, en ernstige blessures. Vanuit dat perspectief kunnen bij (top)sport vraagtekens worden geplaatst. Daarbij kunnen sporters worden verleid om vals te spelen, doping te gebruiken, of letterlijk alles te doen om te winnen, waaronder het vertonen van gewelddadig gedrag, zowel fysiek (een “doodschop” geven) als verbaal (beledigen, schelden en kleineren). Een reden voor dit grensoverschrijdende gedrag is dat sport en competitie inherent verbonden zijn. Door een te grote nadruk op uitkomsten (winnen vs. verliezen) wordt in de sport – vaak onbedoeld – onethisch en immoreel gedrag aangemoedigd. Leren om hier weerstand aan te bieden, of over de scheef gaan, maar daarvan te leren, zijn overigens ook nuttige levenslessen.

Voor nuttige levenslessen heb je goede onderwijzers, coaches, trainers en managers nodig. Daarom is het van cruciaal belang dat begeleiders in de sport oog hebben voor de fysieke en mentale gezondheid van de sporter en meer in het algemeen, het grotere geheel (“The Big Picture”). Inderdaad, belangrijke waarden in de sport zijn de wil om te winnen, te excelleren, en steeds beter te worden. Maar minstens zo belangrijk zijn algemene waarden als vriendschap, gezondheid, verantwoordelijkheid, vertrouwen, respect, samenwerken, innerlijke groei, emotionele controle, rechtvaardigheid en maatschappelijke betrokkenheid. Zo organiseerde bondscoach Sarina Wiegman begin 2019, tijdens een trainingskamp in Zuid-Afrika, een bezoek aan de sloppenwijken van Kaapstad. Daar leerden de Oranje-voetbalsters dat “… het perspectief van sommige jonge meisjes hier totaal anders is dan in Nederland … die levenslessen maken ons als mens rijker.”

Om de kans te vergroten dat in de sport aangeleerde vaardigheden tevens worden benut op andere terreinen, moeten de volgende drie stappen worden doorlopen:

  1. Het zich bewust zijn van de aangeleerde vaardigheden, bijvoorbeeld, “Ik heb geleerd om gedisciplineerd concrete en haalbare doelen na te streven”, of “Ik heb geleerd om te gaan met tegengestelde belangen en dat je niet altijd iedereen volledig tevreden kunt stellen.”
  2. Het onderkennen dat de betreffende vaardigheden ook bruikbaar zijn in situaties buiten de sport, bijvoorbeeld op school (de wereld vergaat niet na het behalen van een slecht resultaat), in een organisatie (richting geven aan werknemers die niet goed weten waar ze precies mee bezig zijn), of in een ziekenhuis of revalidatiecentrum (leren omgaan met – al dan niet tijdelijke – beperkingen en tonen van veerkracht).
  3. Het daadwerkelijk toepassen van de vaardigheden in situaties buiten de sport, bijvoorbeeld na een pijnlijke afwijzing door een geliefde, bij de voorbereiding op een sollicitatiegesprek voor een droombaan, of in een toneelgezelschap, waar men duidelijkheid wil over wie welke rol krijgt in een nieuwe productie. 

Belangrijk hierbij is dat wordt onderkend dat een specifieke vaardigheid niet bij iedereen, of onder alle omstandigheden effectief is. Zo werkt een bepaalde mentale vaardigheid voor de één beter dan voor de ander, in de ene situatie beter dan in de andere, of in de sport beter dan op school of op het werk (of vice versa). Het lastige, maar tegelijkertijd het boeiende en uitdagende, is dat het effectief leren en toepassen van vaardigheden een individuele, dynamische zoektocht blijft, zowel binnen als buiten de sport.

Of de in de sport ontwikkelde vaardigheden ook daadwerkelijk worden benut op andere gebieden, is niet vanzelfsprekend. Vooralsnog is het meer een aanname dan een op basis van wetenschappelijk onderzoek gebaseerd gegeven. Er zijn studies die laten zien dat, bijvoorbeeld, jiu-jitsu atleten hun sportspecifieke vaardigheden (doorzetten, respect tonen) ook buiten de sport hebben ingezet. Maar er zijn ook aanwijzingen dat jongeren die hebben geleerd om in hun sport duidelijke en haalbare doelen te stellen, deze vaardigheden niet op school gebruiken. Ander onderzoek suggereert dat een specifieke mentale trainingsaanpak wel bij sporters werkt, maar niet bij politiebeambten. Overdracht van de sport naar andere gebieden vindt dus niet automatisch plaats. Daarom is het belangrijk om inzicht te krijgen in mogelijk belemmerende factoren. Van begin af aan moet door pedagogisch onderlegde begeleiders nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de vraag hoe ook buiten de sport de aangeleerde vaardigheden kunnen worden toegepast. 

De aandacht en steun van de directe sociale omgeving is hierbij dus cruciaal. Sleutelwoorden zijn plezier, vertrouwen, gevoel van veiligheid, en een prettig en constructief sociaal en motivationeel klimaat. Vanzelfsprekend moeten coaches, trainers, leerkrachten, ouders, en leidinggevenden over de juiste vaardigheden beschikken, zoals luisteren, observeren, vertrouwen en richting geven, en reflectie- en inlevingsvermogen. Maar het belangrijkste is misschien wel dat ze sporters bewust maken van het feit dat ze niet alleen beter zijn geworden in hun sport, maar ook meer in het algemeen sprongen hebben gemaakt op mentaal, sociaal, en cognitief vlak, en dat ze de rest van hun leven daarvan profijt zullen hebben. Mochten (jeugd)sporters uiteindelijk het beoogde (topsport)niveau niet halen, dan is dat natuurlijk zuur, maar ze weten dan ook dat het allemaal niet voor niets is geweest. 

Ook dat is een levensles.

 

 

Verder lezen?

Definition and model of life skills transfer – Pierce et al. (2017)

A grounded theory of positive youth development through sport based on results from a qualitative meta-study – Holt et al. (2016)

Applying in life the skills learned in sport: A grounded theory – Kendellen & Camiré (2019)

Physical activity: An underestimated investment in human capital? – Bailey et al. (2013)

Performing under pressure: Cultivating the peak performance mindset for workplace excellence – Hallett & Hoffman (2014)

 

Video: 

Coaches need to make room for life lessons in sports https://devzone.positivecoach.org/resource/video/coaches-need-make-room-life-lessons-sports

3+

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.