In gesprek met jezelf (Self-Talk)

 

Volgens velen is de Jamaicaan Usain Bolt de grootste atleet aller tijde. Zijn meest in het oog springende prestatie is zijn unieke reeks triples op de Olympische Spelen van Beijing (2008), Londen (2012) en Rio de Janeiro (2016). Hij won drie keer achter elkaar de 100 meter, 200 meter, en 4 x 100 meter estafette (maar zie: Carter positief bevonden). Bovendien is hij wereldrecordhouder op deze nummers: 9.58s (100m, WK 2009 Berlijn), 19.19s (200m, WK 2009 Berlijn), en 36,84s (4 x 100, samen met Yohan Blake, Michael Frater en Nesta Carter, Londen, 2012).

Eind 2016 verscheen de documentaire met de dubbelzinnige titel “I am Bolt“, waarin een beeld wordt geschetst van het leven van deze topatleet. Opmerkelijk fragment is dat hij (gekscherend) in gezelschap van onder meer zijn vader klaagt over zijn slechte genen! Hij vindt het namelijk maar niks dat hij, net als z’n vader, al vroeg kaal (“bald”) wordt. Vanwege dit fragment had de titel van de documentaire ook “I am bald” kunnen zijn ….

In de documentaire wordt uitgebreid de universele strijd belicht die topatleten voeren met hun eigen lichaam. Ook Bolt was regelmatig geblesseerd; met name 2015 was een jaar vol blessureleed. In 2015 stond het wereldkampioenschap (WK) atletiek te Beijing op het programma. Zijn grote concurrent, de Amerikaan Justin Gatlin, was in grootse vorm. Niet Usain Bolt, maar deze voormalig olympisch kampioen (Athene, 2004) en doping-recidivist (amfetamines in 2001, en testosteron in 2006) was de favoriet op de 100 meter.

In de halve finale van deze WK plaatste Bolt zich ternauwernood voor de finale. Hij verliet struikelend het startblok, maar wist met een maximale inspanning zijn borst een fractie eerder over de finishlijn te drukken dan zijn tegenstanders (9,96s). In de andere halve finale was Gatlin beduidend sneller (9,77s). De vraagtekens bij Bolt’s vorm op dat moment waren dus terecht. Zou hij het gaan redden in de finale?

Hoogtepunten van de documentaire “I am Bolt” zijn wat mij betreft de fragmenten die betrekking hebben op hoe Bolt met deze druk omging. En met name hoe hij zich via Self-Talk mentaal voorbereidde op zijn belangrijkste race van 2015. Self-Talk betreft spontane interacties met jezelf (“Wat is dit?“) en het bewust op jezelf inpraten (“Nog even doorzetten“).

Deze laatste vorm van Self-Talk wordt gezien als een belangrijke mentale vaardigheid. Nadeel is dat het effect ervan moeilijk te onderzoeken is. Immers, hoe onderzoek je of datgene wat de atleet tegen zichzelf zegt tijdens een race of wedstrijd, functioneel is? Omdat er meestal niet hardop wordt gesproken, is het niet te registreren. Soms wordt er wel hardop gesproken (bijvoorbeeld door tennissers), maar dat zijn maar flarden van het gesprek dat de atleet (vooral intern) met zichzelf voert. Wat onderzoekers vaak doen, is er achteraf naar vragen, tijdens het terugkijken van een race of wedstrijd. Dat geeft inzicht, maar heeft als groot nadeel dat een beroep wordt gedaan op het geheugen van de atleet, waarvan we weten dat dat vaak onvolledig is, en vervormd en vertekend, onder meer door de uitkomst van de wedstrijd (winst of verlies).

Maar goed, daar moeten we het mee doen. Zo kunnen we kennis nemen van wat Bolt vertelt over de conversaties met zichzelf in voorbereiding op, en tijdens de WK races in 2015. Met name in de moeizame periode voorafgaand aan het WK maakte hij veel gebruik van zelf-motiverende Self-Talk, zoals:

I seem to always get injured throughout the season, but I always find a way to get it right …. When I’m on the line, there’s no stopping me.”

Direct na zijn matige WK halve finale in 2015:

… it’s just one start, just the one bad start. You’re OK. You ran back well. That’s a positive.”

Hij merkt daarbij expliciet op:

I tried to motivate myself by telling myself these things.”

Ook tijdens de WK finale, direct na zijn goede start, is hij met zichzelf in gesprek:

Yo, this is good.”

Vervolgens gaat hij over op positieve zelf-instructie:

Just drive through your drive phases, drive through, drive through.”

Na zo’n 80 meter in de finale, als Bolt ziet dat zijn enige overgebleven tegenstander Gatlin iets voorover valt, zegt hij tegen zichzelf:

Listen, do not panic …. Do not dip, do not dip.”

Je zou zeggen dat dit laatste niet functioneel is. Immers, het lijkt weinig behulpzaam als je jezelf instrueert iets NIET te doen. Het is effectiever om te denken aan dingen die je WEL moet doen. Maar Bolt won in 9,79s, zij het nipt (Gatlin’s tijd was 9,80s). Mogelijk is “Do not dip” voor Bolt een trigger om de juiste dingen te doen, ondanks de wijze waarop hij dit formuleert. Maar misschien zit daar nog wat ruimte voor verbetering …

Of Self-Talk functioneel is, is zeer individu afhankelijk: Wat voor de één werkt, hoeft niet voor de ander te werken. Dit houdt dus in dat na zowel goede als slechte prestaties geanalyseerd moet worden wat de mogelijk impact is geweest van Self-Talk (naast alle andere relevant factoren). En vervolgens hoe niet-functionele Self-Talk vervangen kan worden door vormen die de atleet wèl helpen.

Echter, gemiddeld genomen is positieve Self-Talk, in vergelijking met geen Self-Talk, functioneel. Dat wil zeggen, het gaat in het algemeen gepaard met een betere concentratie, minder angst, en een betere technische taakuitvoering. Dit geldt voor zowel motiverende Self-Talk (“Je kunt het“) als zelf-instructie (“Knieën gebogen houden“). In het laatste geval moet het aantal aandachtspunten wel tot een miminum worden beperkt (1 of 2).

Onderzoek laat ook zien dat negatieve Self-Talk niet per definitie leidt tot slechtere prestaties. Voorwaarde lijkt te zijn dat atleten na een negatieve uitwisseling met zichzelf, de schakelaar weten om te zetten en zich weer kunnen concentreren op datgene wat ze moeten doen om de gewenste uitkomst te bereiken. En dat is vaak weer het effect van instructieve Self-Talk: “Genoeg geweest, stop, diep ademhalen, kop erbij.” Ook Usain Bolt zal dit regelmatig tegen zichzelf hebben gezegd, bijvoorbeeld tijdens zware trainingen. Helaas hebben die Self-Talks de documentaire niet gehaald.

 

 

Verder lezen?

Cognitions: Self-Talk and Performance – Theodorakis, Hatzigeorgiadis, & Zourbanos (2012)

Self-talk: Review and sport-specific model – Van Raalte, Vincent, & Brewer (2016)

 

Eén gedachte over “In gesprek met jezelf (Self-Talk)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.