Passie

Passie lijkt een voorwaarde te zijn om ergens heel goed in te worden: in een sport, op het werk, als ondernemer, of in de kunst. Maar wat is “passie” eigenlijk? Leidt passie inderdaad tot positieve uitkomsten? En zo ja, hoe ontstaat “passie”? Waarom heeft de één het wel, en de ander niet?

Voor Europees-, Wereld- en Olympisch kampioen in de Laser Radial-klasse, Marit Bouwmeester, is zeilen passie nummer 1. Op haar site schrijft ze dat ze daarbij een grote passie heeft ontwikkeld voor fitness en voeding. Marit is in haar zeildiscipline momenteel de beste van de wereld, en wellicht weet ze ook heel veel van fitness en voeding. Komt dat door haar passie?

Wellicht.

Maar passie leidt niet eenduidig tot positieve uitkomsten. Er zijn namelijk twee varianten van “passie”: de harmonieuze en de obsessieve variant. Als we in het dagelijks leven over “passie” spreken, dan bedoelen we vaak de harmonieuze versie. Iemand met een harmonieuze passie voor zeilen houdt van de activiteit zelf, van de wind, van buiten zijn, van de stilte op het water en van het één voelen met de natuur. Een wedstrijdzeilster als Marit Bouwmeester houdt daarbij van het maximale uit haarzelf en de boot halen, en van het aangaan van de strijd met anderen. Harmonieuze passie komt vanuit de persoon zelf, is intrinsiek van aard, en getuigt van liefde voor de betreffende activiteit. Deze activiteit is integraal onderdeel van de identiteit van de persoon. Marit Bouwmeester zeilt niet alleen, ze is een zeilster. Mensen met een harmonieuze passie vinden het heerlijk om veel tijd en energie in hun passie te steken, en ervaren geen druk, dwang of controle van buitenaf.

Dat ligt anders voor mensen met een obsessieve passie, wat veel weg heeft van een verslaving. Ook mensen met een obsessieve passie houden van, en identificeren zich met de betreffende activiteit (sport, muziek, werk, etc.), besteden er veel tijd aan, en werken er hard voor. Het verschil met harmonieuze passie is dat mensen met een obsessieve passie het gevoel hebben dat ze “moeten”, van zichzelf en/of van anderen. Ze ontlenen hun eigenwaarde aan de activiteit, hebben het gevoel dat waardering van anderen ervan afhankelijk is, en voelen zich niet goed als ze met andere dingen bezig zijn. Anders gezegd, hun passie wordt mede bepaald door aan de activiteit gerelateerde, niet-controleerbare interne en externe krachten. Mensen met een obsessieve passie kunnen weliswaar goed presteren (ze werken immers hard), maar onderzoek laat zien dat het daarnaast gepaard gaat met negatieve processen en uitkomsten als rigiditeit in denken en handelen, frustratie, negatieve gedachten, vermijdingsgedrag, en gebrek aan welbevinden.

Alleen harmonieuze passie is dus effectief, prettig en duurzaam. Het gaat gepaard met optimale prestaties, welbevinden, een constructieve leerhouding, concentratie en adequate zelf-regulatie. Daarom is harmonieuze passie iets dat we allemaal wel zouden willen hebben. Maar hoe ontstaat het? Waarom heeft de één het wel, en de ander niet?

De allerbelangrijkste factor is plezier. Plezier is niet alleen een belangrijke determinant van passie; “gebrek aan plezier” blijkt een belangrijkste voorspeller van uitval in de sport te zijn. Als je passie voor iets wilt ontwikkelen, moet je dus ontdekken wat jij het allerleukst vindt om te doen. Om dit te ontdekken, zou je een antwoord moeten vinden op de volgende vragen: Stel dat er geen enkele belemmering is wat betreft tijd, geld, en mogelijkheden, wat zou jij dan gaan doen? Waar wil je dan je tijd en energie aan besteden? Waar gaat je hart sneller van kloppen? De antwoorden op deze vragen vormen de fundering voor jouw passie.

Maar er is meer.

Basisbehoeften liggen ten grondslag aan menselijk gedrag. Als we honger en dorst hebben, dan gaan we (op zoek naar) eten en drinken. Naast dit soort fysieke basisbehoeften, bestaan psychologische basisbehoeften. Eén van de meest invloedrijke theorieën in de psychologie, de Zelf-Determinatie Theorie, stelt dat er drie essentiële psychologische basisbehoeften zijn: de behoefte aan Autonomie, Betrokkenheid, en Competentie (ABC).

Harmonieuze passie voor een sport ontstaat als de sport, naast plezier, …

(A) … autonomie geeft, bevordert, en stimuleert; sporters zijn vrij om hun eigen keuzes te maken, zelf hun taken, trainingsvormen, materiaal, etc. te bepalen, vanzelfsprekend in overleg met andere betrokkenen zoals trainers, coaches en teamgenoten.

(B) … betrokkenheid garandeert bij en van anderen. De mensen waarmee sporters werken zijn belangrijk voor hen, en andersom, er heerst een goede sfeer, er is wederzijds vertrouwen, en je gaat op een prettige manier met elkaar om.

(C) … competentie bekrachtigt en versterkt. De sporter voelt zich bekwaam en competent. Het beoefenen van de sport doet een beroep op alle talenten van de sporter, en de activiteit stelt de sporter in staat om zich verder te ontwikkelen, om zowel sterke als (relatief) zwakke punten te verbeteren.

Als sporters plezier ontlenen aan hun sport, en de sportbeoefening vervult de drie psychologische basisbehoeften, dan zijn ze autonoom en intrinsiek gemotiveerd. Dit is een voorwaarde voor het ontstaan van harmonieuze passie.

De trainer/coach speelt in dit verband een belangrijke rol. Naast louter fysieke, sporttechnische en tactische aspecten zouden trainers en coaches ook ruime aandacht moeten besteden aan psychosociale aspecten die inspelen op het plezier en de psychologische basisbehoeften van hun sporters. Zo zouden ze plezier en het samen bezig zijn moeten benadrukken, en kiezen voor een gevarieerde aanpak. Daarbij is het belangrijk om de psychologische basisbehoeften van hun sporters te ondersteunen en te bekrachtigen. De sterkte van de verschillende basisbehoeften kan per individuele sporter wat uiteenlopen. Trainers en coaches zouden zich daarom moeten verdiepen in wat hun individuele sporters vooral belangrijk vinden. Steeds beter worden? Eigen keuzes kunnen maken? Samen zijn met teamgenoten?

Niet alleen de passie van de sporters zal hierdoor worden gestimuleerd; ook de harmonieuze passie van de trainer/coach zal er door worden versterkt. En welke sporter, trainer, of coach streeft er nu niet naar een win-win situatie?

 

Verder lezen?

De basisbehoeften van de Zelf-Determinatie Theorie: Een samenvatting van de literatuur – Van den Broeck (2016)

Passion in sport: On the quality of the coach–athlete relationship – Lafrenière et al (2008)

Making people’s life most worth living: On the importance of passion for positive psychology – Vallerand & Verner-Filion (2013)

Passion and pacing in endurance performance – Schiphof-Godart & Hettinga (2017)

 

Video: Marit Bouwmeester en haar passie voor zeilen

 

 

4+

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.