Overtuiging

Als een sporter de allersnelste is (bijvoorbeeld Sven Kramer die al jaren de allerbeste is op de 5000 meter), met wie vergelijkt hij zich dan nog om zichzelf te verbeteren?

Dit is een vraag die ik vaak kreeg naar aanleiding van mijn eerdere column over vergelijkingen met anderen. Inderdaad, door wie kunnen de allerbesten zich nog laten inspireren? Op deelaspecten kunnen ze van hun concurrenten leren, bijvoorbeeld de start en het aansnijden van bochten. Maar wat betreft het verbeteren van eindtijden zullen zij zich vooral met zichzelf vergelijken, en meer specifiek, met hun denkbeeldige “toekomstige zelf”.

De vraag “Kan ik nog sneller?” is voor iedere schaatser, fietser, coureur, loper, skiër, etc. relevant. Immers, ook al zijn er een paar, tientallen, honderden of duizenden sporters sneller (geweest) dan jij, dan blijft het de vraag of jij het ook kunt. Het verschil met wereldtoppers is dat zij niet alleen hun eigen grenzen verleggen, maar ook die van de mensheid. Met name in sterk ontwikkelde sporten bevinden zij zich in de zone van het ongelofelijke, het onvoorstelbare, het onmogelijke. Kan een mens nòg sneller zwemmen, lopen, schaatsen of fietsen? Records breken is in belangrijke mate een kwestie van overtuiging. Als je niet gelooft dat je de grens kunt verleggen, als je de overtuiging niet hebt, dan zal het zeer waarschijnlijk niet gaan lukken.

Het doorbreken van de vier minuten grens op de Engelse mijl door de Brit Roger Bannister is hiervan het perfecte voorbeeld. Sinds 1945 stond het record van 4.01.4 op naam van de Zweed Gunder Hägg. Een tijd van onder de vier minuten werd door deskundigen als fysiek onhaalbaar gezien. De belangrijkste concurrent van Bannister, de Australiër John Landy (hij had de mijl meerdere keren in 4.02 minuten gelopen), had er ook geen geloof meer in. Landy had het gevoel dat hij tegen een muur opliep. Maar Bannister liep op 6 mei 1954 in Oxford als eerste onder de vier minuten: 3.59.4. Het interessante was dat 46 dagen later, op 21 juni 1954, Landy het record in Finland aanscherpte tot 3.57.9. Ondanks zijn vele pogingen, was hij er in de jaren daarvoor niet in geslaagd om onder de vier minuten te duiken (het huidige record is overigens 3.43.13, gelopen door de Marokkaan Hicham el-Guerrouj op 7 juli 1999 in Rome).

Dit voorbeeld laat zien dat overtuiging kan ontstaan, of worden versterkt of hersteld, door de prestatie van een ander. Landy zag dat Bannister in staat was de mijl onder de vier minuten te lopen. Daardoor raakte ook hij ervan overtuigd dat het kon, hetgeen er mede voor zorgde dat ook hij uiteindelijk in staat bleek om de 4 minuten grens (ruimschoots) te breken.

Maar waarom is het Bannister dan wel als eerste gelukt? Wellicht vanwege zijn absolute overtuiging dat het mogelijk en haalbaar was. In tegenstelling tot zijn concurrent Landy bestond er voor hem geen muur waar hij tegenop moest lopen. Hij zei daarover: “At one point, Landy said: ‘It’s like a brick wall. I’m not going to attempt it again.’ I, as a medical student, knew there wasn’t a brick wall. If you could run it in 4 minutes and 2.2 seconds, then you would find somebody else somewhere who trained a little better, had better conditions on the day, was able to use the pace judgment better, and they could do it. That was the frame of mind in which I approached it.”

Deze sterke overtuiging moet vanzelfsprekend gepaard gaan met een doelgerichte aanpak en veel doorzettingsvermogen. In trainingen richtte Bannister zich op het lopen van de eerste kwart mijl in 57 seconden, de halve mijl in 1.58, en driekwart mijl in 3 minuten, waardoor zijn geloof en overtuiging uiteindelijk uitmondde in het daadwerkelijk doorbreken van de 4 minuten grens. Oud-wielrenner Leontien Zijlaard-van Moorsel volgde een soortgelijke aanpak bij het verbeteren van het werelduurrecord. In het boek “Grenzen verleggen” (p.167) vertelt ze dat ze het vereiste tempo van 46 km per uur aanvankelijk nog geen minuut kon vasthouden. Door dit geleidelijk op te bouwen (5, 10, 15, … 60 minuten) versterkte zij het geloof dat het inderdaad mogelijk was. Haar scherpe werelduurrecord van 45.094 km (1 oktober 2003, Mexico-Stad) heeft 12 jaar gestaan! Zo’n opbouw met ondersteunende “harde data” is nodig om “het onmogelijke” te realiseren. Immers, bij een sterke overtuiging kan zelf-overschatting het ultieme doel in de weg staan.

De Keniaan Eliud Kipchoge wil in mei 2017 als eerste atleet de marathon onder de magische grens van twee uur lopen. Hij heeft wel een gaatje te dichten. Op 24 april 2016 liep hij in Londen zijn beste tijd: 2.03.05. Hij slaagde er net niet in om het wereldrecord van zijn landgenoot Dennis Kimetto te verbeteren. Kimetto realiseerde op 28 september 2014 onder ideale omstandigheden in Berlijn de zeer scherpe tijd van 2.02.57.

Om een ogenschijnlijk utopisch tijd van onder de 2 uur te lopen is de olympisch kampioen van Rio 2016 in het kader van Sub 2 Hours project zeer doelgericht en met ijzeren discipline aan het trainen, samen met twee andere atleten: de Ethiopiër Lelisa Desisa en de Eritreeër Zersenay Tadese. Kipchoge moet er in slagen om ruim 42 km lang een gemiddelde snelheid van tenminste 21.1 km per uur vast te houden! De begeleiding lijkt goed geregeld: een consortium wetenschappers, fabrikanten van sportartikelen en voedselexperts begeleidt de lopers. Het lijkt er dus op dat de perfecte omstandigheden worden gecreëerd om de missie te doen slagen. Maar het allerbelangrijkste is dat Kipchoge, net als Bannister, ervan overtuigd moet zijn dat het mogelijk is, en dat hij degene is die het gaat doen.

Als Kipchoge er ècht in gelooft, en blijft geloven, dan groeit misschien ook onze overtuiging dat het ongelofelijke, het onvoorstelbare, het onmogelijke gaat gebeuren …. maar al in 2017?

 

Verder lezen?

Grenzen verleggen: Geheimen van kampioenen – Rick Lahaye & Thomas Waanders (2016)

De eerste marathon onder de 2 uur: Wie, waar, wanneer? – Konings, Schoenmakers & Hettinga (2016)

Video: First Four Minute Mile in 1954-Roger Bannister