Strafschop

In de knock-out fase van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar 2022 gingen opvallend veel strafschoppen mis. Logisch, de druk is dan zo hoog; daar kun je niet op trainen. Of toch wel?

In workshops over de mentale aspecten van sport en presteren kom ik regelmatig voetbaltrainers tegen die niet geloven dat het nemen van strafschoppen onder hoge druk trainbaar is. Net als Rafael van der Vaart is hun redenering dat de druk die spelers tijdens een groot toernooi als het WK ervaren, niet is na te bootsen. 

Ik leg dan het volgende gedachtenexperiment voor:

Stel je twee voetbalteams voor (Team X en Team Y) die volledig gelijkwaardig zijn: zelfde niveau, zelfde type spelers, zelfde type trainer, zelfde speelstijl, zelfde palmares. Er is eigenlijk maar één verschil. Gedurende het gehele seizoen nemen alle spelers van Team X na afloop van iedere training tenminste één strafschop. De spelers van Team Y doen dat niet (“Dat heeft toch geen zin”).

Aan het einde van het seizoen treffen beide teams elkaar in de belangrijkste wedstrijd van het jaar: de bekerfinale. 

Die levert geen winnaar op na de reguliere speeltijd, noch na de verlenging. Strafschoppen!

Welk team, vraag ik dan aan zo’n ‘non-believer’, heeft de meeste kans om de strafschoppenserie winnend af te sluiten?
 
Team X, het team dat na iedere training heeft geoefend‘, krijg ik dan – na een korte stilte – wat bedremmeld als antwoord ….

Grappig om te zien dat zo’n trainer zich dan vaak betrapt voelt. Bij nader inzien deelt hij de opvatting van – onder meer – Marco van Basten dat het trainen van strafschoppen wel degelijk zin heeft. Inderdaad, ook piloten, chirurgen, astronauten en militairen, bijvoorbeeld, bereiden zich voor op situaties waar leven en dood op het spel staat. In zogenaamde simulatietrainingen leren ze in nagebootste situaties zodanig te handelen dat de kans op het best mogelijke resultaat het grootst is. Dat leidt tot betere resultaten wanneer het er daadwerkelijk om gaat. 

In de voetballerij hoor je daarentegen veel te vaak dat het trainen van strafschoppen geen zin heeft omdat iedere profvoetballer van 11 meter een bal strak in de bovenhoek kan schieten. Maar lukt het om vijf keer achter elkaar een loepzuivere, identieke strafschop te produceren met genoeg snelheid? Mocht dat al zo zijn, dan is het sowieso verstandig om dat te blijven oefenen. En oefen vooral ook meerdere varianten, bijvoorbeeld linker- en rechterbovenhoek, linker- en rechter benedenhoek, en een keeper-afhankelijke variant waarbij de speler wacht tot de keeper een hoek kiest. Als spelers daarin variëren, ook op de belangrijke momenten, dan bieden de statistieken van de strafschoppennemer weinig houvast voor de keeper. De kans op scoren wordt verder aanzienlijk groter als de keeper op basis van de lichaamshouding, positie van de voeten en kijkgedrag van de strafschoppennemer niet kan ‘lezen’ in welke hoek hij de bal wil gaan schieten. 

Als het fysiek, technisch en tactisch allemaal in orde is, als spelers in een trainingssituatie keer op keer laten zien dat ze vanuit een neutrale uitgangspositie de verschillende varianten afwisselend hard en foutloos kunnen binnenschieten, dan is de hamvraag of spelers dat ook nog kunnen als de prestatiedruk intens hoog is, als miljoenen mensen kijken, en missen ‘fataal’ is. Ofwel, kunnen spelers zonder prestatieverlies hetzelfde doen op het “moment suprême”, wanneer het vooral draait om de mentale component?

Voor de duidelijkheid: de hogedruksituatie an sich is niet na te bootsen. Immers, tijdens een training kunnen spelers een strafschop naast schieten zonder serieuze consequentie. Als dat in een strafschoppenserie in de kwartfinale van een WK gebeurt bij een 5-4 achterstand, dan lig je er als team uit, voelt de betreffende speler zich schuldig, krijgt hij het hele volk over zich heen, wordt er weinig lovend over hem geschreven, etc. 

Maar voetballers kunnen wèl trainen om zich optimaal voor te bereiden op zo’n extreem hogedruksituatie. 

Een strafschoppenserie tijdens een WK is zo’n extreem hogedruksituatie. Het hele team staat dan in de middencirkel. Als strafschopnemer loop je in je eentje vanuit de middencirkel richting strafschopgebied. De herrie van het publiek is enorm. Als je uit de middencirkel vertrekt, roepen je tegenstanders ranzige dingen naar je, ze lopen ook nog even een stukje met je mee, raken je misschien ook nog even ‘per ongeluk’ aan. Tijdens het loopje naar de penaltystip denk je aan de roem die in het vooruitzicht ligt als je de strafschop verzilvert, of aan ‘pek en veren’ mocht je de penalty missen, of aan het feit dat jij nu het verschil kunt maken, of dat je nu eindelijk een einde kunt maken aan het stafschoppensyndroom waar jouw team aan lijdt, of dat je het strafschoppensyndroom van jouw team herbevestigt als je mist, of aan de trainingsarbeid die je hebt verricht om de perfecte penalty binnen te schieten, dus nu moet het goed gaan, of aan de lucratieve transfer naar een topclub als je dit klusje gaat klaren, of aan de media die jou van mentale zwakheid zullen gaan betichten als je faalt vanaf de 11 meter, of dat je het team in de steek laat als je deze strafschop niet benut, of aan de eeuwige roem die het team ten deel valt als je strafschoppenserie wint, of aan de vermoeidheid die je voelt en alleen maar erger wordt naarmate je dichter bij de penaltystip komt

In het strafschopgebied aangekomen, staat de keeper van de tegenstander je op te wachten, met de bal in z’n handen. Hij gaat dicht tegen je aanstaan en kijkt wat op je neer; hij is groter dan jij. Hij lacht sarcastisch tegen je en zegt dat ‘ie wel weet hoe jij die strafschop gaat nemen (“I know”). Je krijgt ook nog van hem te horen wat ‘ie van je uiterlijk vindt, en hij roept ook nog wat onaardige dingen over je moeder, zusje of dochtertje. Hij doet alsof hij je de bal wilt geven, en als je die wilt aannemen, laat ‘ie de bal vallen. Als je de bal opraapt en ‘m op de stip legt, blijft ‘ie pontificaal bij de stip staan. Als de scheidsrechter ‘m naar de doellijn stuurt, loopt hij daar tergend langzaam naar toe. Op het moment dat je klaar bent om te schieten, begint ‘ie van links naar rechts te springen en met z’n armen te zwaaien. Hij wijst naar rechts, naar de hoek waar jij van plan was om ‘m in te schieten. Op de achtergrond zwaaien de supporters van de tegenpartij met vlaggen, sjaaltjes en andere attributen. Ze maken een hels kabaal.

Hoe kun je onder dit soort omstandigheden doen wat je kunt, wat je keer op keer hebt laten zien op trainingen?

De kern van de mentale training is dat spelers leren om onder alle omstandigheden hun focus (opnieuw) op de taak te richten door gewenste scenario’s in te slijpen, te automatiseren. Daarbij moet de hele wedstrijdsituatie worden getraind en geoefend, bij voorkeur aan het eind van zware trainingen omdat ook na een wedstrijd plus verlenging spelers erg vermoeid zijn.

Om op het ergste voorbereid te zijn, krijgen teamgenoten de opdracht om de strafschopnemer te ontregelen. Ontregelende acties (“planned disruptions”) zijn bedoeld als leerervaring, als training. Het is essentieel dat trainer en spelers achteraf bespreken hoe de speler reageerde op de ontregelingen, en zo nodig, hoe het beter en anders kan. Om dit deskundig en effectief aan te pakken is het raadzaam om hierbij een gekwalificeerd sportpsycholoog in te schakelen.

In geval van een strafschoppenserie ziet het trainen van de wedstrijdsituatie er als volgt uit: vanuit de middencirkel lopen spelers één voor één op, met irritante tegenstanders in de buurt, een scheidsrechter die lang wacht, aangeeft dat de bal verkeerd ligt, en de strafschop eventueel over laat nemen, een provocerende doelman, en enorme herrie (speakers langs de kant). Dit soort scenario’s wordt niet alleen geoefend in de week voorafgaand aan het toernooi. Net zoals voortdurend wordt getraind wordt op balaannames, traptechniek, samenspel en fysieke en tactische aspecten, worden ook strafschoppen gedurende het gehele seizoen getraind.

Inderdaad, topsport is hard werken, en niet altijd even leuk!

Ook in hun hoofd kunnen spelers scenario’s repeteren. Alle mogelijke situaties, acties van tegenstanders, keepers en scheidsrechters kunnen worden gevisualiseerd zittend in een stoel, of liggend op de bank, het gras of het strand. Als dit-of-dat gebeurt, hoe reageer ik daar dan op, wat doe ik dan? Een speler wil de strafschop bijvoorbeeld hoog in de linkerbovenhoek schieten, maar ziet, of denkt te zien, dat de keeper ook gaat voor die hoek. Schiet hij ‘m dan alsnog hoog en zuiver in die hoek omdat de keeper dan toch sowieso kansloos is, of past hij zich aan en kies hij voor de andere hoek? Door dit soort scenario’s daadwerkelijk te gaan oefenen (door de keeper opdrachten te geven), aangevuld met het afspelen van diverse varianten in hun hoofd, leren spelers wat te doen in dit soort situaties, veelal op basis van het principe “Register, Release, Refocus” (zie ook hieronder). Zo worden routines, automatismen en vertrouwen opgebouwd waardoor spelers beter met de spanning leren omgaan. Anders gezegd, door zich exclusief te focussen op de taakuitvoering, leren spelers zich meer comfortabel te voelen in een oncomfortabele situatie. Immers, als strafschopnemers zich richten op het voorbereiden op, en het uitvoeren van hun taak op dat moment, dan richten ze zich uitsluitend op factoren waarop ze invloed hebben. Dat geeft (relatieve) rust en vertrouwen

Waar spelers geen invloed op hebben, zijn externe factoren als tegenstanders, publiek, lawaai en de politieke situatie). Maar ook afleidende gedachten zijn onvermijdelijk en niet te controleren of te onderdrukken, of ze nou negatief zijn (“Ik ga falen”) of positief (“Ik word een held”). Zoals uiteengezet in een eerder blog, als je gedachten probeert te onderdrukken, dan gaat dat alleen maar tegen je werken vanwege het paradoxale rebound-effect. Accepteer daarom afleidende gedachten (“Register”) en koppel ze los door je op het hier en nu te richten (“Release”). Het hier en nu is de situatie die je tot in den treure hebt geoefend en getraind; dit is de zoveelste keer dat je in de middencirkel staat met je teamgenoten. Richt je op wat je zo meteen gaat doen; het is voor jou bekend terrein. Wat er ook gebeurt, wat je ook denkt, wie je ook probeert af te leiden, jij hebt een eigen, zelfontwikkelde routine, een automatisme, om terug te keren naar je taak (“Refocus”). Spelers kunnen op dat soort momenten – bijvoorbeeld – letten op hun ademhaling, of al hun zintuigen inzetten: ze voelen de grasmat onder hun voeten, kijken naar het doel, of ruiken de geur van het gras. 

Andere spelers vinden hun focus terug door aan hun persoonlijke kernwaarden te denken, zoals het uitstralen van mentale weerbaarheid en overtuiging. Hoe wil jij als persoon zijn in dit soort situaties? Hoe wil je dat anderen jou zien? Als spelers dat weten, dan kunnen zij zich concentreren op taakgericht gedrag dat strookt met hun kernwaarden.

Een andere manier om in hogedruksituaties om te gaan met afleidende factoren, is de zogenoemde Quiet Eye(QE)-techniek. QE houdt in dat spelers – voordat zij de strafschop nemen – hun ogen fixeren op de plek in het doel waar zij de bal naartoe willen schieten. Tijdens het kijken wordt als het ware de route naar de bestemming in hun navigatiesysteem geprogrammeerd. Zo’n routine leidt de aandacht af van ongewenste gedachten (Ik zou ‘m weleens kunnen missen, of Als ‘ie raak is, zijn we kampioen). Probeer maar eens tijdens het staren naar een punt of voorwerp aan andere dingen te denken; daar moet je echt je best voor doen! QE geeft daarbij een gevoel van controle, rust en ontspanning omdat de speler bekend is met de routine. Bij het nemen van een strafschop moet de speler er wel alert op zijn dat de keeper niet kan zien op welke hoek de speler zijn ogen fixeert, bijvoorbeeld door het hoofd iets naar voren de buigen. 

Bestaat de (technisch) perfecte strafschop? 

Min of meer. Een vanuit het midden startende keeper is feitelijk kansloos als de bal met een snelheid van ruim 100 kilometer per uur (hoe harder hoe beter) in de linker- of rechterbovenhoek wordt geschoten, ongeveer een halve meter onder de lat en een halve meter langs de paal (hoe scherper hoe beter). Ideaal is een aanloop van 5-6 stappen en 20-30 graden ten opzichte van de bal, een beetje zoals Messi deed in de WK 2022 halve finale tegen Kroatië

Maar als een speler hier fysiek en technisch toe in staat is, moet hij op het moment suprême ook het mentale deel op orde hebben. Zoals uiteengezet, dat vereist een optimale voorbereiding, zowel fysiek, technisch, tactisch en mentaal, wat de kans op de gewenste uitkomst maximaliseert, maar vanzelfsprekend niet garandeert. 

Verder lezen?

Duel in de zestien – Van der Kamp & Savelsbergh (2014)

De Strafschop. Zoektocht naar de ultieme penalty – Vergouw (2000)

Think, See, Do: Executive Function, Visual Attention, and Soccer Penalty Performance – Brimmell et al. (2021)

The effect of a high-pressure protocol on penalty shooting performance, psychological, and psychophysiological response in professional football: A mixed methods study – Ellis & Ward (2022)

Dare to prepare for reality: Helping national orienteering team athletes handle adversity – Henriksen (2018).

Focus, vertrouwen, veerkracht en andere mentale aspecten van sport en presteren – Van Yperen (2021)

Video:

NOS Journal (20:00u), 8 december 2022: Een gekwalificeerd sportpsycholoog helpt in het omgaan met spanning en het verbeteren van sportprestaties

https://www.dropbox.com/s/2si3tuk3xb33awf/2022%2012%2008%20NOS%2020u%20Journal.MOV?dl=0

Of voor de hele uitzending:

https://www.npostart.nl/nos-journaal/08-12-2022/POW_05158818

NOS Journal (20:00u), 8 december 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *