Moeder

Dat zeilster Marit Bouwmeester in 2023 haar vijfde Europese titel in de ILCA6-klasse met ruime voorsprong won, was op zichzelf niet opmerkelijk. Wat wél bijzonder was: ze deed het slechts tien maanden na de geboorte van haar dochter Jessie Mae. Ruim een jaar later, in Parijs 2024, voegde ze daar olympisch goud aan toe – na eerder zilver in Londen 2012, goud in Rio 2016 en brons in Tokio 2021. Daarmee werd ze niet alleen de meest succesvolle zeilster aller tijden, maar schreef ze ook een belangrijk hoofdstuk in het verhaal over topsport en moederschap.

De prestatie van Marit is op veel vlakken uitzonderlijk. Niet alleen door haar fysieke en mentale weerbaarheid, maar ook omdat ze een hardnekkige mythe doorbrak: dat vrouwentopsport en moederschap elkaar uitsluiten. In tal van sporten krijgen vrouwen – subtiel of soms ronduit – te horen dat ze moeten kiezen: óf doorgaan met topsport, óf moeder worden. De argumenten lijken legio: de zware fysieke belasting en onzekerheid over herstel, het gebrek aan faciliteiten, en de financiële onzekerheid die kan ontstaan als een sportvrouw tijdelijk uit de running is. Veel sportbonden hebben nog altijd geen structureel beleid voor topsportmoeders, terwijl sponsors zich vaak richten op atletes in hun ‘piekjaren’, zonder rekening te houden met een eventuele zwangerschap.

Ook Marit stond op een bepaald moment voor die keuze. In een interview vertelde ze: ”Ik had een sterke kinderwens en was 33 jaar, maar vond topsport ook echt geweldig. Ik wist even niet of ik moest kiezen. Na de Spelen van Tokio in 2021 ben ik snel zwanger geraakt en heb ik de keuze gemaakt om de topsport te combineren met het moederschap”.

Dat is allesbehalve een vanzelfsprekende beslissing. Uit angst hun carrière op te moeten geven, stellen veel topsportvrouwen hun kinderwens jarenlang uit, vaak tot na hun sportloopbaan. Recente Nederlandse voorbeelden zijn olympisch kampioenen Ranomi KromowidjojoIrene Schouten en Annemiek van Vleuten.

Uitstel tot na de sportcarrière is begrijpelijk: een zwangerschap brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Het lichaam maakt een enorme transformatie door: er treedt gewichtstoename op, het zwaartepunt verschuift, bindweefsel wordt soepeler door hormonen zoals relaxine, en de bekkenbodem- en buikspieren worden zwaar belast. Het herstel hiervan kost tijd – vaak maanden, soms meer dan een jaar – voordat spieren, pezen en gewrichten weer op volle sterkte zijn.

Voor een topsporter is dat een lange onderbreking en de drang om snel terug te keren is vaak groot. Onderzoek laat zien dat veel topsportvrouwen al binnen zes weken na de bevalling weer beginnen met trainen, terwijl medisch vaak een herstelperiode van twaalf weken of langer wordt aanbevolen voor de bekkenbodem. Marit was nog ongeduldiger: “…. twee weken na de bevalling ben ik alweer begonnen …. Ik bouwde natuurlijk rustig op hè, met experts erbij, maar achteraf had ik meer tijd kunnen nemen. Maar er kwamen kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Spelen aan. Ik heb een beetje spijt dat ik toen niet meer tijd heb genomen. Ik ben mezelf indertijd ook tegengekomen.”

Zo’n snelle terugkeer is niet zonder risico. Blessures zoals stressfracturen, peesontstekingen en bekkenbodemproblemen komen aanzienlijk vaker voor bij sportvrouwen die te vroeg weer intensief gaan trainen. Dat Marit deze valkuilen wist te vermijden, is waarschijnlijk te danken aan een combinatie van factoren: haar uitzonderlijke basisconditie die ze tijdens de zwangerschap zorgvuldig op peil hield, haar jarenlange ervaring op het hoogste niveau en de intensieve begeleiding van een professioneel team van “…. gynaecologen, bekkenbodemspecialisten, diëtisten, sportarts, coach en fysieke trainer.”

Mentale omschakeling en nieuwe balans

Het fysieke herstel is maar één deel van het verhaal. Minstens zo ingrijpend is de mentale omschakeling van topsporter naar topsportende moeder. Voor haar zwangerschap draaide bij Marit alles om één doel: winnen. Met de komst van Jessie Mae kwam daar een nóg belangrijker doel bij. Dat vroeg om een nieuwe mentale balans: Door mijn dochter leerde ik relativeren en …. heel erg aan en uit te staan. Ben ik op het water, dan ben ik helemaal daar en ben ik blij dat ik daar ben. Kom ik thuis, dan sta ik gelijk uit. Ik denk dat ik wat relaxter en wat zachter ben geworden.”

Onderzoek bevestigt dat veel topsportmoeders na hun bevalling een mentale groei doormaken. Ze ontwikkelen meer perspectief, leren scherper prioriteiten stellen en vergroten hun veerkracht – kwaliteiten die zich vaak vertalen in betere prestaties, of dat nu op het veld, de baan of, in Marits geval, op het water is. Maar die combinatie brengt ook emotionele uitdagingen met zich mee. Lange trainingsperiodes ver van huis bleken soms zwaar: “Ik denk dat ik de behoefte van het gezinnetje en de behoefte van mijn dochter een paar keer uit het oog ben verloren.”

Soortgelijke ervaringen heeft Lizzie Deignan, de succesvolle Britse wielrenster die binnenkort haar derde kind verwacht. Ze was verrast door hoe zwaar het bleek om wielrennen te combineren met de zorg voor een kind: “Zwaarder dan bijvoorbeeld het fysieke herstel na een bevalling …. omdat ik na trainingen niet meer onbezorgd van de fiets kan stappen om te herstellen. Dan gaat alle aandacht meteen naar de kinderen uit.”

Ook uit onderzoek blijkt dat topsportmoeders te maken krijgen met terugkerende uitdagingen. Een van de meest opvallende: het gebrek aan evidence-informed richtlijnen voor een veilige en effectieve terugkeer naar topsport na een bevalling. Daardoor moeten vrouwen vaak vertrouwen op hun eigen ervaring of die van hun begeleidingsteam. Stephanie Case, bijvoorbeeld, een Canadese ultrarunner, won zes maanden na de geboorte van haar dochter Pepper de grootste ultramarathon van Groot-Brittannië in een tijd van onder de 17 uur en gaf Pepper tussendoor drie keer borstvoeding. Op de vraag wat zij het moeilijkste vond aan de combinatie van topsport en moederschap, antwoordde ze: “….. het gevoel dat ik als sportvrouw met een kinderwens aan mijn lot werd overgelaten.”

Daarbij zijn er de fysieke risico’s: hormonale veranderingen, verminderde spierkracht en slaaptekort maken het lichaam extra kwetsbaar voor blessures. Ook de financiële realiteit weegt zwaar. Sponsordeals zijn vaak prestatiegebonden, waardoor een zwangerschap direct gevolgen kan hebben voor het inkomen. En dan zijn er nog de praktische uitdagingen. Kinderopvang tijdens wedstrijden en trainingskampen vraagt vaak om creatieve oplossingen en een sterk vangnet. Zoals Marit het verwoordt: Als ik bijvoorbeeld beslis om te gaan trainen, dan dat heeft dat invloed op velen. Ik krijg gelukkig veel hulp van mijn ouders, mijn schoonouders en gastouder Sophie.” 

Tot slot is er de sociale druk. Waar een topsporter zonder kinderen vaak bewondering oogst, krijgt een topsportmoeder te maken met meningen over haar keuzes, vaak ongevraagd en emotioneel geladen. Marit beschreef het zo“Op de combinatie van topsport en moederschap wordt ‘dubbel’ gereageerd. Veel mensen vinden het gaaf, maar er zijn ook mensen die zeggen dat ik nu concessies doe. Ze horen me minder zeggen dat ik alleen voor goud ga. En er zijn mensen die zeggen dat ik mijn kind te kort doe. Het is wel moeilijk. Ben je alleen topsporter, vindt iedereen het gaaf wat je doet en heeft iedereen respect voor wat je aan het doen bent. Met het moederschap hebben meer mensen een mening. Alsnog voel ik me topsporter en binnen de kaders die ik heb geef ik alles. Maar wordt er iets gezegd over jezelf als moeder zijnde, dan vind ik dat moeilijk, omdat dat je in je hart raakt.”

Ook Stephanie Case kent die druk“Niet iedereen kon het waarderen dat ik tijdens de race mijn kind aan de borst legde. Mensen zeiden dat ik egoïstisch was of thuis had moeten blijven bij mijn baby, en sommige vrouwen klaagden dat mijn verhaal andere moeders alleen maar meer onder druk zette om ‘alles te doen’.”

Voorwaarden voor een succesvolle comeback

Dat Marit na de geboorte van haar dochtertje haar beste prestaties ooit neerzette, was geen toeval. Haar succes was het resultaat van een combinatie van factoren. Haar uitzonderlijke basisconditie en jarenlange ervaring op topniveau vormden een stevig fundament. Ze paste haar training aan door kortere, intensievere sessies te doen en haar tactische ervaring te benutten. Daarbij was ze mentaal flexibel genoeg om te schakelen tussen haar rol als moeder en als topsporter. En een sterk netwerk van familie, coaches en medische staf bood praktische en emotionele steun. En misschien wel het belangrijkst: ze hield haar blik onwrikbaar gericht op één doel – goud in Parijs – en toetste al haar keuzes aan dat eindpunt.

Marits verhaal laat zien wat mogelijk is wanneer je zelf de randvoorwaarden weet te creëren. Voor veel andere topsportmoeders is dat echter nog verre van realiteit. Er is dringend behoefte aan duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde protocollen voor de terugkeer naar topsport na een bevalling. Selectiecriteria moeten flexibeler, zodat zwangerschap geen carrièrebreker wordt. Financiële en praktische ondersteuning kan de druk om te snel terug te keren verminderen. Zo voerde de Women’s Tennis Association (WTA) in 2025 als eerste in de geschiedenis van de vrouwensport een regeling in die zelfstandige topsporters volledige zwangerschapsvoorzieningen biedt – weliswaar gefinancierd door een partner wiens motieven politiek geladen zijn.

Marits gouden medaille in Parijs 2024 is meer dan een sportprestatie. Het is een symbool dat moederschap en topsport elkaar niet hoeven uit te sluiten. Zoals ze zelf zegt“Als je een droom hebt, is dat gewoon mogelijk. Kijk vooral naar wat wél kan, in plaats van wat niet kan. En zelf vind ik het ook heel fijn om te horen van andere vrouwen dat het niet altijd makkelijk is. Dat ervaar ik ook. Het is soms keihard werken. Als vriendinnen dat zeggen, haal ik daar veel steun uit.”

Haar verhaal laat zien dat met de juiste begeleiding, faciliteiten en mindset een terugkeer na de zwangerschap niet het einde is van een sportcarrière, maar juist het begin van iets groters. Het is tijd dat de sportwereld – én de sporters zelf – dat niet langer als een zeldzame uitzondering zien, maar als een uitdagende, haalbare en inspirerende realiteit.

­­­­­­­­­­­­­____________________________________________

Winnen met je hoofd’ is een boek over de psychologie van optimaal presteren dat ik samen met Marit Bouwmeester schreef. Daarin combineren we Marits persoonlijke ervaringen uit haar sportcarrière met inzichten uit de sportpsychologie. 

Wil je ons boek bestellen? Dan kan dat via onderstaande link:

Winnen met je hoofd – De psychologie van optimaal presteren

____________________________________________

Meer lezen? 

Effect of pregnancy in 42 elite to world-class runners on training and performance outcomes – Darroch et al. (2022)

We’re not superhuman, we’re human: A qualitative description – Davenport et al. (2023)

The legacy of pregnancy: Elite athletes and women in arduous occupations – Jackson et al. (2021)

Health outcomes after pregnancy in elite athletes: A systematic review and meta-analysis – Kimber et al. (2021)

Pregnancy and motherhood in elite sport: The longitudinal experiences of two elite athletes – Massey & Whitehead (2022).

A scoping review of the experiences of elite female athletes concerning pregnancy and [rest titel]. Sport in Society – McGregor et al. (2024)

Experiences and perspectives on pregnancy and motherhood in elite athletes – A qualitative study – Zahl Marken et al. (2025)

Video

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *