Twijfel

AI-gegenereerde impressie van Serena Williams en Patrick Mouratoglou

Twijfel is fataal. Eén moment van twijfel kan genoeg zijn om de regie kwijt te raken. Je aarzelt, weet niet meer zeker of je het juiste doet en plotseling speel je niet langer volgens je eigen strategie of plan. Of je maakt een fout. Op het hoogste niveau is er geen plaats voor aarzeling. Tijdens de wedstrijd moet twijfel buitenspel staan.

Dit is de boodschap van Patrick Mouratoglou, de voormalige tenniscoach van onder meer tennislegende Serena Williams. In een LinkedIn-post beschrijft hij wat er gebeurt wanneer een tennisser tijdens een punt begint te twijfelen: één moment van onzekerheid kan voldoende zijn om de controle te verliezen. Je gaat nadenken over de slag die je eigenlijk automatisch zou moeten uitvoeren. Je aarzelt. En voor je het weet, bepaalt je tegenstander wat er gebeurt. In navolging van Richard Williams, de vader en eerste coach van Venus en Serena Williams, stelt Mouratoglou: “Don’t let doubt enter the house. Never.” 

Dat klinkt logisch. Maar klopt het ook?

Op het eerste gezicht ondersteunt de sportpsychologische literatuur de visie van Mouratoglou. Sporters die twijfelen aan hun capaciteiten, zijn minder zeker van hun vermogen om een actie optimaal uit te voeren of een gewenste uitkomst te bereiken. Een recente meta-analyse van 31 studies met in totaal 3.107 sporters suggereert dat minder zelfvertrouwen en meer twijfel vlak voor een wedstrijd negatieve gevolgen kunnen hebben voor de wedstrijdprestatie. De onderzoekers vonden bovendien dat dit negatieve effect groter wordt naarmate de prestatiedruk toeneemt.

In wedstrijdsituaties lijkt zelfvertrouwen daarmee te functioneren als een soort stabilisator: het beschermt de sporter tegen de ontregelende werking van druk. Dat is wellicht de reden waarom Mouratoglou zo’n hekel heeft aan twijfel tijdens een wedstrijd. Wanneer je vertrouwen hebt, zie je een situatie en handel je. Wanneer je twijfelt, komt er een extra mentale lus bij: Is dit wel de goede beslissing? Doe ik het goed? Juist op het moment dat de druk het hoogst is, kan zo’n interne discussie funest zijn, omdat die je reactiesnelheid en handelen kan beïnvloeden.

Twijfelaars kiezen niet meer overtuigend voor de actie die ze hadden voorbereid. Ze gaan voorzichtiger spelen. Ze veranderen op het laatste moment van richting. Ze proberen bewust een beweging te controleren die normaal gesproken automatisch verloopt. Twijfel is daarmee de vijand van de uitvoering. Niet omdat de gedachte ‘misschien lukt het niet’ op zichzelf schadelijk is, maar omdat twijfel kan verhinderen dat je je op tijd volledig committeert aan de handeling die op dat moment nodig is.

Maar de wetenschap vertelt óók een ander verhaal: een beetje twijfel kan prestaties juist verbeteren. Zo deden Tim Woodman en collega’s een fascinerend experiment waarin deelnemers moesten touwtjespringen. De onderzoekers verlaagden doelbewust het zelfvertrouwen van een deel van de deelnemers voorafgaand aan een competitieve opdracht. Op basis van Mouratoglou zou je verwachten dat hun prestaties vervolgens achteruitgingen. Het tegenovergestelde gebeurde. De twijfel in deze experimentele groep nam aanzienlijk toe, maar tegelijkertijd verbeterden de prestaties en waren die uiteindelijk zelfs beter dan in de controlegroep. De verklaring van de onderzoekers was dat een zekere mate van twijfel aan het eigen kunnen een prikkel kan vormen om extra kennis en vaardigheden te verwerven.

Daar komt bij dat enige twijfel onvermijdelijk is als je iets graag wilt. Zoals Tolstoj in Father Sergius (vrij vertaald) opmerkt: “Als de twijfel is verdwenen, dan is ook de begeerte weg”. Zijn boodschap is duidelijk: erken dat wensen en twijfel onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en leer daarmee om te gaan.

Dat kan (duurzaam) presteren ten goede komen. Zo vonden ook Ede et al. aanwijzingen dat enige zelftwijfel mensen onder bepaalde omstandigheden kan motiveren om maximale inspanning te leveren. Een beetje twijfel lijkt vooral nuttig wanneer we een taak leren, oefenen of voor het eerst uitvoeren. Wie extreem zeker is van zichzelf, loopt het risico overmoedig te worden, minder gemotiveerd te raken en tijdens training en oefening minder inspanning te leveren.

De vraag is dus niet zozeer óf twijfel goed of slecht is. De betere vraag is: Wanneer is twijfel goed en wanneer is twijfel slecht?

Vóór een wedstrijd kan twijfel buitengewoon nuttig zijn. Tijdens de voorbereiding is het voor sporters zinvol om zich af te vragen of ze goed genoeg zijn voorbereid en of de gekozen strategie daadwerkelijk klopt. Ook twijfel over de tactiek van de tegenstander kan nuttig zijn: wat gebeurt er als die anders speelt dan verwacht? En ben ik daarop voorbereid? Die twijfel voorkomt zelfgenoegzaamheid. Ze dwingt sporters om informatie te verzamelen, alternatieven te onderzoeken, harder te trainen en zwakke plekken onder ogen te zien.

En dat geldt niet alleen voor sporters. Recent onderzoek onder ondernemers laat bijvoorbeeld zien dat zogenoemde generatieve twijfel kan signaleren dat bestaande persoonlijke overtuigingen moeten worden heroverwogen of aangescherpt. Die twijfel zegt: kijk nog eens. Onderzoek dit. Oefen dat. Misschien zie je iets over het hoofd. Misschien ben je minder goed voorbereid dan je denkt. Misschien moet het plan beter.

Maar zodra de wedstrijd begint, moet de vraag ‘Is dit wel de juiste strategie?’ plaatsmaken voor ‘Dit is wat ik nu ga doen.’ Tijdens wedstrijden stel je geen vragen; je geeft antwoorden. Dat betekent overigens niet dat een sporter tijdens een wedstrijd nooit tactische aanpassingen mag doen. Nieuwe informatie kan een ander besluit noodzakelijk maken. Maar ook een aanpassing moet gepaard gaan met commitment: kiezen en uitvoeren.

Kortom, twijfel hoort bij ambitie en leren. Twijfel kan beschermen tegen overmoed. Twijfel kan nieuwsgierigheid activeren. Twijfel kan ervoor zorgen dat je nog één keer kritisch naar je voorbereiding kijkt en iets ontdekt wat je anders misschien had gemist. Ook moderne benaderingen buiten de sport benadrukken daarom dat het simpelweg vervangen van onzekerheid door méér zelfvertrouwen niet altijd de beste oplossing is. Een adaptieve omgang met twijfel en onzekerheid kan waardevoller zijn. Daarbij kan ook een groeimindset het verschil maken. De gedachte ‘Misschien ben ik niet goed genoeg’ betekent immers iets heel anders wanneer daarop volgt ‘… en dat zal altijd zo blijven’ dan wanneer je denkt: ‘… dan weet ik waaraan ik moet werken.’

De beste (top)sporters zijn dus niet degenen die nooit twijfelen. Succesvolle sporters weten wanneer ze naar hun twijfel moet luisteren, en wanneer niet. Twijfel vóór de uitvoering kan je scherper maken. Twijfel ná de uitvoering kan je iets leren. Maar twijfel tíjdens de uitvoering kan je in de weg zitten. Een tennisser die bij 5-5 in de derde set moet serveren, kan daarom maar beter naar Mouratoglou luisteren: laat twijfel niet binnen.

Mouratoglou geeft ook een aantal tennis-specifiek tips om twijfel op cruciale momenten te bestrijden:

  • Ontwikkel automatische spelpatronen. Oefen specifieke combinaties zo vaak dat ze intuïtief worden. Bijvoorbeeld: een slice naar buiten, gevolgd door een forehand langs de lijn. Als je zo’n patroon vier of vijf keer in een wedstrijd hebt uitgevoerd, kun je er vervolgens van afwijken om je tegenstander te verrassen.
  • Committeer je aan je keuze, ook als je twijfelt. Als je deze patronen goed hebt ingeslepen, durf je erop te vertrouwen, ook wanneer onzekerheid binnensluipt. Zo blijf je vastberaden en aanvallend spelen en houd je de regie.
  • Beweeg naar voren voordat je slaat. Voorwaartse beweging is cruciaal. Als je te lang wacht, dienen zich steeds meer opties aan. Juist daar ontstaat aarzeling. Door naar voren te bewegen, geef je jezelf minder tijd om te twijfelen en dwing je jezelf een keuze te maken.

Verder lezen?

The effect of self-confidence on performance in sports: a meta-analysis and narrative review – Jekauc et al. (2025)

Self-confidence and performance: A little self-doubt helps – Woodman et al. (2010)

Self-doubt: Uncertainty as a motivating factor on effort in an exercise endurance task – Ede et al. (2017)

Bearing, belittling, or befriending doubt: Understanding doubt’s generative versus corrosive effect on entrepreneurs’ early-stage idea validation – Cholakova et al. (2025)

Self-doubt effects depend on beliefs about ability: Experimental evidence – Zhao et al. (2019)

Self-doubt – Braslow et al. (2012)

Transforming self-doubt: A three-pillar approach using Dialogical Self-Theory – Dang & Wang (2026)

Video:

Five myths about confidence most athletes believe

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *